Eva Marie (47) schreef een boek over zonen in de wereld van nu. 'Jongens zijn een revolutie waard'
In dit artikel:
Eva Marie de Waal (47) — theatermaker, podcastmaker en schrijfster — onderzocht het afgelopen decennium de positie van vrouwen en ontdekte daarbij ook steeds meer vragen rond jongens. Vanuit haar eigen ervaring als moeder van drie zoons schreef ze Zonen, een persoonlijk en onderbouwd boek dat met humor en serieuze kennis wil bijsturen hoe we naar jongens kijken en met hen omgaan.
De Waal begon vanuit theaterprojecten over vrouw-zijn samen met Sophie van Winden, en merkte al vroeg dat moederschap nog altijd sterk verwachtingen en rollen oplegt aan vrouwen. Toen zij zelf kinderen kreeg en de jongens naar school gingen, viel haar op hoe anders jongens behandeld worden: enerzijds worden ze stigmatiserend als “druk” of “gevaarlijk” weggezet, anderzijds krijgen ze minder ruimte voor kwetsbaarheid en emotie. Die observaties werden de motor voor Zonen: een mix van persoonlijke anekdotes, interviews en wetenschappelijk onderzoek.
Voor het boek sprak ze 29 moeders van zonen — bekende en minder bekende — en verbond hun verhalen met literatuur over onder meer testosteron en opvoeding. De Waal benadrukt dat biologische verklaringen vaak te simplistisch worden gepresenteerd: populaire denken zoals “mannen van Mars, vrouwen van Venus” bevestigen een vertekend beeld dat niet strookt met archeologische en genetische vondsten. Tegelijk erkent ze wel dat sommige biologische factoren, zoals gemiddeld hogere testosteronniveaus bij jongens en pieken op verrassende leeftijden (bijvoorbeeld rond vier jaar), plausibel verklaren waarom jongens op bepaalde momenten meer beweging en ruimte lijken te nodig te hebben. Ze wijst erop dat veel van onze instituties — met name het schoolsysteem — daar vaak geen rekening mee houden, wat tot frustratie en stigmatisering leidt.
Een belangrijk aandachtspunt in Zonen is ruimte: jongens verdienen evenveel troost, aandacht en emotionele vrijheid als meisjes. De Waal haalt voorbeelden aan van subtiele verschillen in opvang en troost en pleit voor een cultuur waarin jongens hun gevoelens kunnen uiten zonder bestraft te worden. Ze waarschuwt daarnaast voor het gemak waarmee maatschappelijk debat zich concentreert op negatieve uitkomsten — van influencers met misogynie tot geweldsincidenten — waardoor jongens al snel als potentiële daders worden neergezet. In plaats van uitsluitend alarmklokken te luiden, vraagt ze om een stap terug: welke rol spelen opvoeding, school en normen zelf in het vormen van jongens?
De Waal pleit niet voor een verlating van feministische inzet; integendeel, ze ziet de kwestie als verbonden: pas als iedereen “allround volledig mens” mag zijn, kunnen we ruzies en tegenstellingen overstijgen. Kennis en bewustzijn zijn cruciaal; als kinderen leren dat ongelijkheid en manipulatiemechanismen bestaan, zijn ze minder vatbaar voor schadelijke rolmodellen. Ze vertrouwt erop dat de meeste jongens niet blijvend in extremistische bubbels blijven hangen en benadrukt dat cultuurverandering mogelijk is — al is die niet vanzelfsprekend.
Zonen wil beeldvorming veranderen door praktijken en aannames ter discussie te stellen en concrete suggesties te bieden: meer ruimte voor beweging en emotie op jonge leeftijd, gezamenlijke opvoeding die stereotypen doorbreekt, en een schoolsysteem dat ontwikkelingsverschillen serieus neemt. Het boek (uitgeverij Volt) combineert verhalen en wetenschap en nodigt ouders, leerkrachten en beleidsmakers uit om anders naar jongens te kijken: niet primair als probleem of gevaar, maar als mensen die aandacht, zorg en kansen nodig hebben om volledig mens te worden.