Et klikte votdaolik tussen oons en dat kwam omdat ze heur in mi'j herkende | kollum Johan Veenstra

maandag, 27 april 2026 (11:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op 8 juni 2000 stuurde de verteller een brief naar een hem toen nog onbekende halfbroer in Goes. Die poging leidde snel tot contact: de schoonzus nam direct telefonisch contact op en al snel ontstond er een klik met een verwante die, net als hij, zonder kennis van haar vader was opgegroeid. Hun verbondenheid werd zichtbaar in foto’s en gezamenlijke zomerdagen — onder andere een middag in september 2007 op een terras in Brouwershaven bij het standbeeld van Jacob Cats.

Twee jaar later verdween broer Jan uit het leven; ook Twan verdween daarna. Desondanks hielden de verteller en zijn halfzuster het contact. Enkele weken geleden bracht hij haar onverwacht een bezoek in Goes. Hoewel de mededeling van zijn komst was zoekgeraakt in haar warrige gedachten, was ze verrast en blij hem te zien; samen zaten ze in de tuin en keken naar een auto die stopte. Ze zei: “Wat zol et mooi wezen as Jan daor uutstappen zol,” een wens die de pijn van gemis voelbaar maakte.

De ontmoeting liet de verteller melancholisch terugrijden naar zijn huis in de Stellingwarven: vertrouwde plaatsen vol herinneringen, maar ook de angst dat haar geheugen hem straks niet meer herkent. Het stuk verbindt thema’s van familiehereniging, gemis en de kwetsbaarheid van geheugen en tijd.