Ernst (36) uit Haren waant zich in Tussen Kunst en Kitsch door schilderijen van Jan Pen uit Lemmer
In dit artikel:
Op een zonnige zondagochtend spot verslaggever Ernst Slagter een weggeefadvertentie in Haren de Krant: twee schilderijen, gratis af te halen wegens verhuizing. Hij reageert meteen en de volgende ochtend rijdt hij naar Haren om de doeken op te halen. Thuis blijken het geen onbekende amateurschema’s te zijn, maar werken van professor Jan Pen (1921–2010) — de vermaarde econoom uit Lemmer die decennialang aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden was.
Jan Pen is vooral bekend als populairwetenschappelijk econoom: auteur van onder meer Moderne economie (1959) en bedenker van de visuele “Parade van Pen”, een beeldende metafoor om inkomens- en vermogensongelijkheid te tonen. Minder bekend is zijn enorme en jarenlang non‑commerciële schilderspraktijk. Pen schilderde vrijwel zijn hele werkzame leven met groot tempo; soms meerdere doeken per dag. Zijn garage in Haren fungeerde als atelier, waar stapels beschilderde kranten en doeken lagen. Naar eigen zeggen leverde deze productiedrang mogelijk tienduizenden werken op, waarvan veel verdwenen zijn — conservatieve schattingen laten nog honderden tot ruim duizend “authentieke Pennen” over.
Bij de overdracht in Haren ontmoet Slagter een vrouw die de verhuisdozen hanteert; zij vertelt dat haar overleden eerste man de doeken ooit van Pen cadeau zou hebben gekregen. Ze geeft ze zonder kosten weg — passend bij Pens gewoonte om zijn schilderijen weg te geven aan vrienden en kennissen. Slagter neemt twee relatief grote werken mee; een collega–kunstkenner beoordeelt ze als abstract en post‑Cobra‑achtig, mogelijk uit de jaren zestig — een jaartal 1968 staat op een van de doeken, en er lijkt zand in de verf verwerkt te zijn. Tot zijn verrassing blijkt ook de achterkant van de doeken beschilderd, waardoor hij eigenlijk vier kunstwerken in huis heeft.
Het verhaal illustreert twee kanten van Pen: de publieke intellectueel met internationale bekendheid en de bevlogen amateurkunstenaar die zijn oeuvre bewust buiten de markt hield. Pen verklaarde tijdens zijn leven dat nooit een van zijn schilderijen was verkocht en dat zijn werken in principe gratis bleven; al leidde dat soms tot ongemakkelijke situaties wanneer ontvangers de doeken later probeerden te verkopen. Juridisch is dat toegestaan — een cadeau kan immers door de ontvanger van de hand gedaan worden — maar moreel vond Pen het niet netjes.
De tekst schetst ook kleurrijke portretten van Pen als persoonlijkheid: een eigenzinnige docent die mondelinge tentamens op de Grote Markt afnam, strenge etiquette op zijn huisbezoek combineerde met een losse levenshouding, en door collega‑auteurs als W.F. Hermans werd verwerkt in fictie (in Onder Professoren herkenbaar als Tabe Pap). Latere levensjaren werden getekend door gezondheidsproblemen; na een beroerte in 2003 werd zijn activiteit minder, hij kreeg in 2009 kortstondig te maken met een foutieve overlijdensmelding in de media, en overleed daadwerkelijk op 14 februari 2010.
Waarom dit verhaal opvalt: het is een samenkomst van lokale cultuurgeschiedenis, academische reputatie en de vraag wat kunst waard is als de maker geen prijskaartje wil. Voor Slagter en zijn partner werd het toeval een kans om werk van een prominente noorderling in huis te halen — gratis, als typisch Pen. Het artikel plaatst deze vondst binnen Pens levensloop, zijn kunstenaarspraktijk en de navrante, soms komische episodes rond roem en dood, en laat zien hoe een ogenschijnlijk eenvoudige weggeefadvertentie toegang kan geven tot een verrassend en veelzijdig nalatenschap.