Erfgoed-expositie in Feanwâlden als tegengeluid. 'Wat hebben wij toch veel rijkdom achter ons'
In dit artikel:
In de riante zaal van rijksmonument De Schierstins in Feanwâlden is een omvangrijke tentoonstelling te zien van loodglazuur-aardewerk uit Nederland, samengesteld uit de verzamelingen van Han Runnenberg en meubelontwerper Gjalt Pilat. Beide verzamelaars zijn al ongeveer zestig jaar actief; Runnenberg brengt veel archeologische bodemvondsten in, Pilat haalt voornamelijk 18de- en 19de-eeuwse Friese gebruiksvoorwerpen uit nalatenschappen en particuliere collecties. Voor het eerst tonen ze hun collecties gezamenlijk.
Pilat ontwierp een ingetogen tentoonstellingsopzet van hout en metaal: minimalistisch en geometrisch, met als doel de aandacht volledig op vorm, kleur en decoratie van de objecten te richten. De presentatie past bij de historische sfeer van de zaal: veel kleine ruitjes, donkere kozijnen en een oude vloer versterken de context van de getoonde spullen.
De expositie is thematisch ingedeeld naar gebruikscategorieën: kannen, kruiken, kookpotten, zalfpotjes, melk- en drinkbekers, vergieten en zelfs spaarvarkentjes. Het gemeenschappelijke element is het loodglazuur—roodbruine, groene en gele tinten—dat eeuwenlang pottenbakkers gebruikte om aardewerk waterdicht en glanzend te maken. Runnenberg levert de historische toelichtingen; Pilat legt de nadruk op esthetiek en de individuele variatie die handgemaakt werk met zich meebrengt.
Opmerkelijke technieken en motieven worden uitgelegd: de kerfsneetechniek (motieven in de nog natte klei uitgesneden) en de zogeheten ringeloortechniek, waarbij versiering met behulp van een hoornpunt of later een rietje is aangebracht. Het tulpmotief blijkt veelvuldig terug te keren in Fries aardewerk en is een herkenbaar decoratief element.
De twee verzamelaars willen met de tentoonstelling ook een statement maken over erfgoedzorg: veel musea zouden hun collecties verwaarlozen of afstoten, terwijl deze gebruiksvoorwerpen inzicht geven in vakmanschap, materiaalduurzaamheid en de manier waarop vroeger met bezit werd omgegaan. De tentoonstelling laat zien dat sommige vormen en decoraties over generaties onveranderd bleven—een pleidooi voor waardering en behoud.
Praktisch: "Nederlands en Fries aardewerk van 1400–1900" is te zien in De Schierstins, Haadstrjitte 1, Feanwâlden, van donderdag t/m zondag 13.30–16.30 uur, tot en met 1 februari.