Erevoorzitters Riemer van der Velde en Ype Smid kijken nu al uit naar de Friese derby: 'Wij hoeven toch niet bang voor Cambuur te zijn?'

zondag, 5 april 2026 (07:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Riemer van der Velde (erevoorzitter SC Heerenveen) en Ype Smid (erevoorzitter SC Cambuur) voeren een openhartig gesprek over decennia Fries voetbal: verleden, stadionkeuzes, financiële zorgen en de vraag of Friesland plek heeft voor twee eredivisionisten. Het gesprek vindt plaats in Langweer en geeft zowel nostalgie als zakelijke analyse weer.

In de late jaren tachtig onderzocht de KNVB het plan voor een gecombineerd topteam — kortweg “FC Friesland” — waarin de beste spelers van Heerenveen en Cambuur zouden samensmelten. Het voorstel stuitte op veel weerstand: spelers, lokale bestuurders en supporters voelden weinig voor het verdwijnen van clubidentiteiten. Een bijeenkomst in Assen met burgemeesters en KNVB-vertegenwoordigers leidde niet tot een concreet fusieplan. Van der Velde erkent nu dat een fusie sportieve en infrastructurele voordelen had kunnen brengen (denk aan één groot stadion in Akkrum), maar Smid wijst op de waarde van rivaliteit: zonder fusie geen derby, en voetbal leeft juist van die sportieve strijd.

De heren leggen overeenkomsten bloot: beide zijn ondernemers met bestuurlijke ervaring, zijn kritisch op financieel beheer en hechten aan soberheid in de boekhouding. Toch is er ook respect en enige jaloezie: Van der Velde wordt geroemd voor het ombouwen van Heerenveen tot een club met nationale uitstraling via gedegen scouting, jeugdopleiding en zakelijk beleid; Smid benadrukt dat Cambuur zich de laatste jaren ontwikkelde van stadsclub naar bredere regionale speler, vooral sinds de promotie in 2013.

Promotie van Cambuur betekent dat de Friese derby weer tweemaal op het hoogste niveau wordt gespeeld. Cambuur keert terug met het moderne Kooi Stadion en een commerciële basis die groter is dan in het oude stadion, plus spelers met serieuze transferwaarde. Tegelijkertijd blijft de club worstelen met de hoge kosten van het nieuwe stadion: Smid noemt het gebouw “een molensteen”, en waarschuwt dat voortdurende tekorten het werk met pleisters oplossen blijven. Ook Heerenveen kent financiële uitdagingen, maar Van der Velde signaleert herstel: hogere betrokkenheid van supporters, bijna vol commerciële bezetting en een betere sfeer in het Abe Lenstra Stadion.

Een terugkerend thema is bestuurlijk management: Van der Velde wijst op de negatieve gevolgen van interne onrust — aantoonbaar in het teruglopen van sponsoren — en benadrukt dat goed leiderschap cruciaal blijft. Smid voegt toe dat de onderlinge verschillen tussen de clubs kleiner zijn geworden; qua scouting, jeugd en potentie kan Cambuur Heerenveen op termijn voorbijstreven, hoewel Heerenveen qua stadioncapaciteit en verdienvermogen voorlopig sterker staat.

Er is ook aandacht voor cultuur en marketing. Van der Velde maakte van het Friese volkslied een constante wedstrijdroutine; Smid noemt die beslissing slim als merkstrategie, maar benadrukt dat Cambuur een volksere uitstraling heeft en zich niet alleen op Leeuwarden wil beperken.

Kortom: beide clubs zijn veranderd, vergelijkbaarder geworden in middelen en ambities, maar verschillend in cultuur en infrastructuur. De terugkeer van de derby symboliseert dat regionale rivaliteit en identiteit overeind blijven, terwijl financiële gezondheid en bestuurlijke kwaliteit uiteindelijk bepalen wie op termijn de dominante club in Friesland blijft. Van der Velde sluit optimistisch af: Heerenveen is op de goede weg en hoeft niet bang te zijn voor Cambuur — maar het belang van degelijk bestuur en realistische begrotingen blijft onomstreden.