Er is niks doodgewoons aan de prachtige eider
In dit artikel:
De eidereend staat centraal in dit persoonlijke stuk van boswachter en boekenliefhebber Aaldrik Pot. Hij vertelt hoe zijn fascinatie voor de soort begon tijdens een vogelreis naar IJsland bijna twintig jaar geleden, waar de tamme houding van de eiders hem opviel: bevolking en vogels leven er in een wederzijds bruikbare relatie. In ruil voor beschutte nesten oogsten mensen het zachte eiderdons nadat de jongen uitgekomen zijn; de vogels lijken de nabijheid te accepteren, in tegenstelling tot de schuwe eiders die Pot in Nederland kent.
Pot verbindt die ervaring met het recente werk van James Rebanks, de Engelse schapenboer en auteur van onder meer Het Herdersleven en Pastorale. In Rebanks’ nieuwste boek De roep van de eider volgt hij een Noorse vrouw, Anna, wiens familie generatie op generatie betrokken is bij het verzamelen van dons. Anna woont op een afgelegen eiland en leeft van en met de vogels, maar de traditie staat onder druk: het ambacht raakt in onbruik en het leven op het eiland moderniseert — niet altijd ten goede. Rebanks krijgt uiteindelijk toestemming om haar seizoenlang te volgen, maar merkt dat Anna zuinig is met informatie; het winnen van haar vertrouwen verloopt moeizaam. Wat hem desondanks het meest boeit is het beeld van een vrouw die haar eigenzinnigheid inzet om zich af te sluiten van de wereld en zich volledig te concentreren op de eenden en hun nestplaatsen.
Die observaties resoneren met Pots eigen werk als vogelwachter op Rottumerplaat, waar hij het broedsucces van eiders registreerde. Hij schetst het contrast tussen de uitbundig gekleurde mannetjes — zwart-wit met een vleug mosgroen en een subtiele roze zweem in het broedkleed — en de minder opvallende vrouwtjes, die desondanks de bron van het waardevolle dons zijn. Van de vele vrouwtjes vertrouwde er één, die hij Katrien noemt: zij zat 28 dagen op haar nest bij het vogelwachtershuis en vertrok op een ochtend met haar jongen, alleen een beetje dons achterlatend — net genoeg voor een klein kussentje.
Het stuk belicht twee hoofdthema’s: de bijzondere band tussen mens en wilde eend in sommige Noordse gemeenschappen, en het verdwijnen van kleinschalige, traditionele praktijken zoals het eiderdons verzamelen. Pot sluit af als boswachter en boekenliefhebber die in zijn maandelijkse bijdrage natuur en literatuur met elkaar verweeft.