Enorme beverrat van 107 centimeter gevangen bij Elahuizen: vijfde vangst in vijftig jaar
In dit artikel:
In It Swin bij Elahuizen (Gaasterland) is vorige maand een uitzonderlijk grote beverrat (coypu) gevangen door veldmedewerkers van Wetterskip Fryslân, na een melding van een vogelaar in november. Het dier, door een wildkader en val gedetecteerd en uiteindelijk in de nacht van 11 december in de kooi aangetroffen, bleek een mannetje van ruim 10 kilo en 107 cm van neus tot staartpunt — voor een knaagdier uitzonderlijk groot. Veldcoördinator Simon Dijkstra omschreef het beest als “in bêste jonge”; het is volgens het waterschap gedood volgens protocol.
De vangst gebeurde na observaties en camerabeelden van Staatsbosbeheer en wekenlange inzet van het waterschap, dat een val met appel als lokaas plaatste. De actie werd dringend omdat de beverrat sinds 2016 op de Europese lijst van zorgwekkende invasieve exoten staat: ze planten zich snel voort, vreten veel waterplanten kaal en graven grote gangen in oevers en dijken, wat risico’s geeft voor waterkeringen en vispaaiplaatsen.
De gevangen beverrat is in Friesland een zeldzaamheid: het is pas de vijfde ooit geregistreerde vangst in de provincie sinds 1974. Toch waarschuwt het waterschap dat meer exemplaren niet zijn uit te sluiten. De dieren zijn heimelijk van levenswijze en laten vaak weinig duidelijke sporen achter; vraatsporen kunnen bovendien lijken op die van ganzen, waardoor detectie bemoeilijkt wordt. Recent kwamen meerdere meldingen binnen uit Koehool, Marrum en Ternaard, maar inspecties leverden geen overtuigend spoor op.
Beverratten stammen uit Zuid-Amerika en werden begin twintigste eeuw in Europa voor de pels gehouden; ontsnappingen leidden tot vestiging in het wild. Vergeleken met de muskusrat (1–2 kg), die al veel grond kan verplaatsen, graaft een grote beverrat gangen van 20–30 cm breed en tot circa 6 meter diep en kan meerdere kuubs grond verzetten. Bovendien ruïneren ze rietkragen en verstoren daarmee habitats van inheemse vissen.
In Nederland was de soort begin deze eeuw grotendeels teruggedrongen tot de grensgebieden met Duitsland, maar zachte winters en natte voorjaren zorgen sinds 2023 opnieuw voor een opleving. Wetterskip Fryslân blijft waakzaam: vanwege de potentie tot dijkbeschadiging en ecologische schade blijven bestrijding, monitoring en snelle opvolging van meldingen noodzakelijk.