Elektrisch varen naar de Waddeneilanden? Dat betekent minder veerboten en langere reistijd
In dit artikel:
Onderzoeksinstituut Marin concludeert voor Rijkswaterstaat dat elektrificatie van de Waddenveerboten ingrijpende consequenties heeft: minder afvaarten, langere overtochten en ingrijpende aanpassingen in havens en aan boord. De studie bekijkt de actuele vloot van rederijen Doeksen (Vlieland, Terschelling) en Wagenborg (Ameland, Schiermonnikoog) onder de randvoorwaarden van het Rijk: gelijkblijvende capaciteit en maximaal 10% snelheidsverlies.
Voor de langere lijndiensten vanaf Harlingen (naar Terschelling en Vlieland) zijn de effecten het grootst: de overtocht wordt zeker circa 10 minuten langer en Terschelling kan één à twee dagelijkse afvaarten verliezen; voor Vlieland is ook één afvaart in gevaar. Batterijen vragen veel ruimte: op de MS Willem de Vlamingh en het zusterschip gaan circa 10 autoplekken verloren (van 60), de MS Friesland verliest zelfs ongeveer 50 autoplekken. Zwaardere aandrijving en grote laadbehoefte betekenen zware wallaadstations in Harlingen en West-Terschelling van circa 48,5–58 MW.
Timing: Schiermonnikoog staat in de planning als eerste; tussen 2030–2035 moeten schepen als de Rottum, Monnik en snelboot Esonborg elektrisch worden, en rond 2035 zijn de Oerd, Sier en snelboot Fostaborg voor Ameland aan de beurt. Op Schier is bij de veerdam geen laadmogelijkheid, waardoor schepen op één lading heen en terug moeten en 4–5 minuten langzamer varen. Voor Ameland verwacht Marin weinig zomerconsequenties; wel komt er forse walstroominfrastructuur en circa 5 extra minuten reistijd.
De uitkomst signaleert flinke organisatorische en infrastructurele uitdagingen voor dienstregeling, haveninrichting en autovervoer naar de eilanden.