Efkes mei de fyts fuort: in aventoer
In dit artikel:
Jaap Krol en zijn vriendin maakten een korte fietsweekendtrip om even te ontsnappen aan het stadsleven: op vrijdag naar Appelscha, en zaterdag via Grolloo en Eext naar Noordlaren. Ze kampeerden twee nachten op eenvoudige natuurinrichtingen met basisvoorzieningen — afwasplek, schoon toilet, plek onder een linde, picknicktafel, stroompaal, vuurplaats en een grote koelkast met lokale appelsappen en streekbieren — waarvoor je gerust meer dan dertig euro betaalt.
Krol prijst opnieuw de Nederlandse fietsinfrastructuur: lange, geasfalteerde paden door bos en weide waar fietsers elkaar eerst ruim baan geven en elkaar daarna vriendelijk groeten. De sfeer noemt hij een welkome afleiding in gespannen tijden. Opvallend waren naast de gebruikelijke gepensioneerden vooral veel buitenmensen in de Friese en Drentse bossen: keurige, vaak dure outdoorkleding en -tassen (The North Face, Nomad, Ortlieb, Lowa, Jack Wolfskin, Carhartt), stationswagens en hatchbacks op de parkeerplaatsen — het type dat je ook in kampeerwinkels als Bever ziet.
Een kleine scène illustreert het praktische karakter van deze reizigers: een vrouw met twee jonge kinderen en vijf gele Ortlieb-fietstassen wees aangeboden hulp af met de woorden: “Niet nodig hoor, ik ben heerlijk aan het multitasken!” In een dorpswinkel later zag Krol twee meisjes op rolschaatsen moedersdaginkopen doen, een tafereel dat contrasteert met de stadsbubbel en herinnert aan spontane dorpssfeer.
Krol, opgegroeid in Beetstersweach en woonachtig in Groningen, gebruikt de trip om te reflecteren op de prijs van avonturen, de charmante vanzelfsprekendheid van fietsen in Nederland en de herkenbare outfitcode van hedendaagse buitenrecreanten.