Een primeur in Harlingen: een dictee in het eigen taaltsje: 'Niet ôkieke dêr!'

vrijdag, 13 februari 2026 (12:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Voor het eerst ooit organiseerde Harlingen donderdag een dictee in het Harlingers — het eigen streektaaltje — in de bibliotheek. Het initiatief kwam van bibliotheekmedewerker Mariska Hibma (oorspronkelijk uit Franeker), die het voorbeeld van het Franeker dictee wilde volgen. De lokale erfgoedvereniging Oud Harlingen sloot zich aan; die had net een heruitgave klaar van het naslagwerk Harlinges, mien taaltsje (2014), omdat er tot dan toe geen vaste spelling bestond en iedereen maar wat aanpakte.

De tekst voor het dictee werd geschreven door leden van de taalwerkgroep Se Suuden en Se Wuuden. Oud-onderwijzer Jouke van Keulen las de tekst voor en hield de deelnemers af en toe aan de regels. Deelnemers varieerden van mensen die het Harlingers van huis uit kennen tot mensen die de taal vooral op straat of door hun werk oppikten — zoals ex-postbode Henk van der Heide. Voor velen is het dialect vooral een gesproken taal; schrijven blijft lastig. Zo klaagden bezoekers over woorden die volgens hen helemaal geen Harlingers zijn en ontstond discussie over spellingskeuzes zoals ‘ledder’ versus ‘ladder’ en het gebruik van diakritische tekens (de zogenaamde “dakjes”).

Het dictee bracht zowel ergernis als veel gezelligheid: deelnemers kwamen vooral om samen Harlingers te horen, te praten en te lachen. Patricia van der Pol zei dat de dakjes de grootste valkuil waren, terwijl voorzitter Jean Feikema van Oud Harlingen toegaf het dialect zelf nauwelijks te spreken of te schrijven omdat hij op school Nederlands moest spreken. De sfeer was speels: er werd gesjanterd en geroemd om typische Harlinger uitdrukkingen.

Met 26 fouten werd de 63-jarige Carola Schaafsma verrassend winnaar. Ze had vroeger thuis niet eens Harlingers mogen praten maar leerde het op straat; ze kwam vooral voor de gezelligheid en bereidde zich voor door het referentieboek Harlinges, mien taaltsje weer te lezen. Als stadsgids gebruikt ze het dialect graag tijdens rondleidingen om verhalen meer kracht te geven. De hoofdprijs was een ingelijste tekst met de spreuk ‘Praat mar Harlinges’.

Als voorbeeld van de dicteetekst werd een kort, humoristisch verhaal voorgelezen over twee Harlingers die in Franeker een opvallende paal met een bord zien en niet kunnen lezen wat erop staat — een anekdote die de lokale tongval en woordenschat mooi illustreert. Het dictee markeert een kleine maar zichtbare stap in de waardering en het behoud van het Harlingers: niet alleen als gesproken erfgoed, maar ook in de richting van meer schriftelijke standaardisatie en gemeenschapsbeleving.