Eén plek waar al je eten wordt geproduceerd. Dat is het doel van Gemeenschapsboerderij Friesland
In dit artikel:
De coöperatie Gemeenschapsboerderijen Fryslân werkt aan een grootschalige, duurzame gemeenschapshoeve waar consumenten vrijwel al hun voedsel direct kunnen betrekken en mede-eigenaar zijn van de productie. Initiatiefnemer Sietze Schukking en mede-bestuurder Johannes Lankester willen het concept van kleinschalige pluktuinen opschalen naar een gemengd landbouwbedrijf van ongeveer veertig hectare dat groenten, graan, zuivel en vlees produceert en ook verwerkt tot brood, conserven en zuivelproducten. Het idee is een lokale, biologische kringloop te sluiten: koeien leveren mest voor akkerbouw, vee graast op natuurgrond en niet-lokaal geteelde producten zoals koffie of citrus worden verantwoord ingekocht.
Als voorbeelden noemen de initiatiefnemers bestaande projecten als pluktuin Us Hôf (Sibrandabuorren), de 45 hectare grote coöperatieboerderij Lenteland in Gelderland en het veel grotere biodynamische Kattendorfer Hof in Duitsland. Die voorbeelden laten zien dat opschaling mogelijk is; de Friese coöperatie mikt op capaciteit om tot zo’n achthonderd monden te voeden en wil uitgroeien naar circa vierhonderd leden.
Praktische eisen bepalen de locatie: men zoekt grond vlakbij afnemers (dichtbij Leeuwarden of Sneek) en circa 35 hectare lichte klei voor akkerbouw plus ongeveer 30 hectare voor beweiding (dat mag ook veen of zware klei zijn), bij voorkeur in de directe omgeving van de boerderij. De coöperatie werkt met ledenkapitaal en commerciële investeerders en heeft momenteel vijftien leden; er melden zich zo’n tachtig geïnteresseerden als toekomstige deelnemers. Ook beschikken ze al over ongeveer dertig vleeskoeien die momenteel op vijftig hectare natuurgebied van Staatsbosbeheer en It Fryske Gea grazen, waarvan onder meer wintervoer wordt gehaald.
De zoektocht naar een geschikt bedrijf verloopt niet zonder tegenslag: een veelbelovende locatie bij Wergea ging eerder verloren omdat een andere partij met contante middelen het perceel kocht. Daarom richten de Friezen zich nu actief op bedrijven zonder opvolger die willen verkopen of verpachten. Verder staat de realisatie nog onder voorbehoud van regelgeving: de toelating van de Omgevingsvergunning hangt af van de uitleg van ‘brede landbouw’ — of recreatieve en andere nevenfuncties op het erf zijn toegestaan — en de gemeente moet daarover meewerken.
Waarom dit project relevant is: het sluit aan bij de groeiende beweging voor natuurinclusieve, lokaal verankerde voedselproductie en biedt een model om lokale voedselketens te verkorten, biodiversiteit te versterken en consumenten meer zeggenschap te geven over hun eten. De coöperatie bekijkt samenwerking met bestaande initiatieven zoals stadsboerderij De Sibbe (Loënga) om de stap naar een grotere Friese gemeenschapshoeve haalbaar te maken.