Een minderheidskabinet kan niet zonder steun van de oppositie, dit vraagt om een ander soort regeerakkoord

zondag, 4 januari 2026 (14:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Informateur Rianne Letschert hervat deze week de formatiegesprekken met de opdracht om uiterlijk 30 januari resultaat te boeken. De verwachting is dat dit kan uitmonden in een regeerakkoord voor een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA. Traditioneel zijn regeerakkoorden compromisstukken die vooral wantrouwen tussen partijen formaliseren — oud-premier Ruud Lubbers noemde ze zelfs “gestold wantrouwen” — maar bij een minderheidskabinet is dat niet genoeg.

Het voorstel is dat het akkoord niet te dichtgetimmerd wordt: er moeten strategisch geplaatste openingen naar zowel links als rechts zitten. Omdat het kabinet vaak steun van oppositiefracties nodig zal hebben om wetsvoorstellen door de Kamer te krijgen, zijn handreikingen richting partijen als JA21 (bij asielbeleid) en GroenLinks-PvdA (bij klimaatbeleid) essentieel. Zo kan de coalitie niet alleen intern stabiliteit afdwingen, maar ook proberen wantrouwen in de oppositie deels weg te nemen.

Een minderheidskabinet brengt onzekerheid, maar ook een tactisch voordeel: weigert de oppositie mee te werken, dan kan de coalitie haar beschuldigen van het veroorzaken van chaos — een verwijt dat sommige partijen, zoals GroenLinks-PvdA en JA21, politiek kan raken, maar minder relevant is voor de PVV. Daarom waarschuwt de redactie om de laatste formatiefase niet te overhaasten; beter enkele weken extra onderhandelen dan een gebrekkig kabinet en vroegtijdige nieuwe verkiezingen. Negotiators moeten vooral zorgvuldig nadenken over Kamer-samenwerking en flexibele afspraken in het regeerakkoord.