Een lintje is nog altijd een gunst, geen recht, onderscheidingen moeten geen strooigoed zijn | opinie

woensdag, 2 april 2025 (11:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De recente ophef rond de toekenning van onderscheidingen in Nederland roept belangrijke vragen op over de rol van bestuurders zoals de minister. In dit debat wordt benadrukt dat het verlenen van onderscheidingen een gunst is en geen recht; bestuurders hebben de bevoegdheid om af te wijken van adviezen, ook al zijn ze van deskundigen. Deze vrijheid roept echter twijfels op over wat verstandig is en geeft blijk van een breder probleem in de samenleving: het de maatschappelijke klassen en statusverschillen herkennen en ermee omgaan.

De auteur wijst op een typisch Nederlandse neiging tot doorgeslagen gelijkheidsdenken, dat zich niet alleen manifesteert in salarisdiscussies en benoemingen, maar ook in de manier waarop onderscheidingen worden verdeeld. Er heerst een idee dat alles gedemocratiseerd moet worden, wat leidt tot discussies over man-vrouw verhoudingen en diversiteit bij de uitreikingen. Dit voelt voor velen als een morele en ethische maatstaf die de waardering voor uitzonderlijke prestaties ondermijnt.

Met een persoonlijke noot stelt de auteur dat er al te veel onderscheidingen worden uitgereikt, en dat deze een exclusief voorrecht moeten blijven, bedoeld voor bijzonder dienstbetoon aan de gemeenschap. Voorbeelden uit andere landen, zoals Frankrijk en Belgiƫ, worden aangehaald om de relevantie en waarde van onderscheidingen te onderstrepen. Ondanks de huidige commotie vindt de auteur het onderwerp weinig ontroerend en stelt hij dat het essentieel is dat onderscheidingen niet worden verwerkt in democratische gelijkheidsneigingen.