Een KNVB-beker waar bankbiljetten uitpuilen | column Johann Mast
In dit artikel:
Miljardair Marcel Boekhoorn pompt structureel miljoenen in NEC en daar ontstaat een ongemakkelijke afhankelijkheid tussen sponsor en clubleiding. In een recent interview liet Boekhoorn zich zien als de gulle, soms bemoeizieke geldschieter die bij teleurstelling wel eens een appje stuurt naar de clubdirecteuren — een daad die de uitgenodigde bestuurders vriendelijk weglachen, maar waaruit toch onbehagen blijkt. De kern van het dilemma is simpel: wie betaalt, bepaalt — je kunt zo’n suikeroom niet gemakkelijk afwijzen of zijn bemoeienissen verbieden zonder het financiële zwaartepunt te verliezen.
Komende zondag zou Boekhoorn in De Kuip met de KNVB-beker kunnen staan, in een traditie van rijke weldoeners die sportclubs redden of domineren (denk aan Nol Hendriks, de gebroeders Molenaar, Abramovich, Dirk Scheringa). De commentator vergelijkt het beeld van de geldrijke sponsor met een man in net pak, sigaar en lijfwacht: ceremonieel en machtig, maar ook ver verwijderd van de alledaagse clubcultuur.
Ter illustratie wordt een stripverhaal aangehaald waarin kleinschalige clubs dankzij cashplotseling naar de top schieten, als waarschuwing tegen de snelle opmars van door geld gedreven succes. Een beeldspraak met Boekhoorns kantoor boven het gorillaverblijf van Ouwehands Dierenpark — met een luik om voer te geven — vat het probleem treffend samen: de sponsor opent het luik als de club honger heeft, maar die voedseltoevoer is uiteraard niet onuitputtelijk.
Kortom: veel geld brengt stabiliteit en glans, maar roept ook vragen op over invloed, autonomie en de houdbaarheid van succes wanneer een club leunt op één weldoener.