Een dure internationale school is een must in China | Column Roland Smid
In dit artikel:
Voor komend schooljaar betaalt de auteur omgerechnet zo’n 13.000 euro zodat zijn oudste eind augustus weer naar een internationale (Amerikaanse) school in Shanghai kan. De school ademt Amerikaanse cultuur: vrolijke begroetingen, vakken die gaan over de Rocky Mountains en feestdagen als Halloween en Spring Break. Het prijskaartje is hoog omdat China internationaal onderwijs niet subsidieert; scholen leven van lesgeld en donaties.
De keuze voor zo’n dure school is een bewuste afweging tegen het Chinese openbare schoolsysteem. Volgens de schrijver ziet hij in zijn buurt kinderen met een vlakke blik die van de dagles naar avondbijles gaan en alles uit het hoofd stampen om zware schoolexamens te halen. Die toetsen bepalen volgens hem vrijwel iemands hele onderwijs- en loopbaanpad: slechte examens op de basisschool maken doorstroming naar een goede middelbare, universiteit en uiteindelijk een baan veel moeilijker. Daarnaast speelt politieke indoctrinatie een rol: discussie is beperkt en de Communistische Partij wordt in de klas onomstreden voorgesteld.
Chinese staatsburgers mogen vaak niet op internationale scholen, waardoor veel ouders creatieve omwegen zoeken, bijvoorbeeld door in het buitenland te bevallen zodat hun kind officieel buitenlands staatsburgerschap heeft en wél toegelaten wordt. De auteur begrijpt die strategie en legt uit waarom veel correspondenten met kinderen China als standplaats vermijden: het is complex en duur om je kroost hier fatsoenlijk onderwijs te geven. Zelf blijft hij voorlopig vanwege zijn fascinatie voor het land — en omdat hij de kosten voor nu wil dragen.
De column verscheen in Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant; auteur Roland Smid (Veendam, 1986) woont sinds 2018 in Shanghai en werkt als China-correspondent voor RTL Nieuws, AD en FD.