Een brug te ver
In dit artikel:
Filmkenner Gerard Wolters blikt terug op hoe Koninginnedag vroeger werd gevierd en vergelijkt die tradities met de huidige overdaad aan feestelijkheden en themaprogrammering. Als jongen maakte hij het defilé op Paleis Soestdijk mee, waarbij provinciale delegaties en verschillende bevolkingsgroepen langs het bordes trokken en streekproducten aan koningin Juliana aanboden — spullen die de vorstin de volgende dag schonk aan hulpbehoevenden. Ook herinnerde hij zich de vroege ochtendaubade: schoolkinderen zongen voor de vorstin, traditioneel in ontvangst genomen door de burgemeester omdat de koningin niet overal kon zijn.
Wolters wijst erop dat veel nu vertrouwde elementen van Koningsdag, zoals de vrijmarkt, pas vanaf de jaren tachtig zijn ontstaan; eerder waren het vooral officiële plechtigheden en persoonlijke ontmoetingen. Hij prijst enerzijds het recht op feest — “iedereen zijn stoepkleedje” — maar vraagt zich af of de uitbundigheid niet doorslaat en zich steeds vaker uitbreidt naar andere jaarlijkse gebeurtenissen.
Als voorbeeld noemt hij de groeiende stroom oorlogsfilms rond Nationale Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Media en omroepen vullen dagenlang hun programmering met thematisch materiaal — van klassiekers als The Longest Day en A Bridge Too Far tot heruitgaven van Nederlandse oorlogsfilms — omdat publiek en aanbieders verveling willen vermijden en continu prikkels zoeken. Wolters accepteert die thematische aandacht, mits de échte herinnering aan oorlog en bevrijding ook op andere dagen van het jaar serieus wordt onderhouden en niet gereduceerd tot een eenmalig programmapunt.