Dwaasheid uit de Wâlden
In dit artikel:
‘Dus do komst út Damwâld, ik ék!’ Dat gesprek op een sollicitatieronde acht jaar geleden markeerde het begin van een bijzondere werkrelatie tussen Hilbrand Visser en Dikkie, destijds rector van het Marne College in Bolsward. Sindsdien lopen ze samen op binnen het schoolbestuur; Dikkie is volgens Visser de beste leidinggevende die hij heeft gehad: betrokken, eerlijk, luisterend en direct — eigenschappen die soms weerstand oproepen, maar haar juist onmisbaar maakten in het team.
Dikkie, ook geworteld in de Dokkumer Wâlden en nu directe collega binnen het directieteam, vertrekt aan het einde van dit schooljaar voor een nieuwe uitdaging in het onderwijs. Dat vertrek voelt voor Visser als een groot verlies; hij ziet haar weggaan als een van de redenen dat hij niet uitkijkt naar de zomer.
Centraal in Visser’s portret staat Dikkies manier van werken: ze accepteert geen gemakkelijke antwoorden, zoekt de volledige waarheid en legt nadruk op echte relaties. Tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst citeerde ze een zegenbede die Visser diep raakte — een oproep om onrust te hebben bij oppervlakkige antwoorden en om juist diepgang en betrokkenheid na te streven. Even herkenbaar is het slotidee dat een gezonde 'dwaasheid' nodig is om te blijven geloven dat je wél het verschil kunt maken, zelfs als anderen zeggen dat iets onmogelijk is.
Visser plaatst Dikkies vertrek in bredere context: werken in het onderwijs is voor hem een roeping en vraagt moed, geduld en het vermogen om achter het eerste verhaal te kijken. Dikkie gebruikte haar eigenzinnigheid en betrokkenheid om langdurig invloed te hebben — een nalatenschap waar Visser openlijk dankbaar voor is.