Duitsland is met Friedrich Merz de verlegenheid voorgoed voorbij
In dit artikel:
Sinds de Duitse hereniging in 1990 is Duitsland in Europa zwaarder gaan wegen — demografisch, economisch en politiek — en spreekt het land steeds minder terughoudend over EU-beleid. Bondskanselier Friedrich Merz profileert zich als voortrekker van een groep lidstaten die pleiten voor diepere integratie, waaronder een nieuwe EU-grondwet en een Europese Defensiegemeenschap. Die ideeën bestaan al langer, maar werden eerder afgewezen: een voorgesteld grondwetsproject uit 2004 strandde na nee-stemmen in Frankrijk en Nederland. Een redactioneel commentaar in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung (3 mei 2026) wijst op groeiende “integratiemoeheid” onder kiezers, deels gevoed door partijen als de AfD die nationale belangen boven Europese verankering plaatsen.
Merz zocht in het verleden al samenwerking buiten de formele EU-structuren: Duitsland sloot zich aan bij informele formaties zoals de E3 (oorspronkelijk met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, later Spanje) en de E5 (Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen en Spanje). Dergelijke losse clubs bleken echter beperkt effectief omdat ze geen verantwoording aan de hele EU-afsprakenorde hebben. De schrijver betoogt dat wezenlijke stappen niet in besloten allianties, maar binnen de EU zelf genomen moeten worden.
Aangezien volledige politieke unificatie — een Europese staat met eigen regering en leger — op korte termijn misschien onhaalbaar is, overweegt Merz steun te zoeken bij landen die directe baat hebben bij een krachtiger, defensief zelfstandig Europa. Denk aan de Baltische staten en andere Midden-Europese landen die zich door Rusland bedreigd voelen. Zulke stappen zouden echter landen als Nederland en België kunnen buitensluiten, wat spanningen binnen de Unie kan vergroten en het draagvlak kan ondermijnen.
De auteur pleit daarom vooral voor het moeizame pad via de EU-instellingen: betere publieke verantwoording en transparanter communiceren over besluiten en structuren. Door de wirwar aan verdragen en jargon raken EU-burgers het overzicht kwijt; heldere taal, meertalige communicatie en educatie over Europese cultuur en geschiedenis zouden het begrip en het draagvlak kunnen versterken. Als praktische suggesties worden taalverwerving tijdens vakanties en een EU-handboek voor scholieren genoemd als middelen om Europese verbondenheid op langere termijn te verdiepen.
De tekst is geschreven door Hans Ester, voormalig docent Duitse cultuur, die benadrukt dat institutionele en culturele investeringen meer tijd vergen dan snel politiek profijt opleveren, en dat juist daarom zorgvuldige, bredere betrokkenheid noodzakelijk is.