Dubben en rekenen: welke boer durft te kiezen voor zwaar beheer?
In dit artikel:
In januari luisterden bijna 300 boeren, ecologen en natuurliefhebbers in Joure naar voorbeelden uit Duitsland en naar voorlichting over zwaarder weidevogelbeheer in Fryslân. Sprekers zoals de Duitser Heinrich Belting lieten zien hoe rond de Dümmer See weilanden tot ver in de zomer nat worden gehouden, predatoren actief worden bestreden en zo een sterke toename van broedparen en overlevingskansen van jongen is bereikt. Dat succes contrasteert met Nederland: boeren krijgen vaak nog wel grutto’s en kieviten op het erf, maar te weinig kuikens overleven.
De kernopgave is duidelijk: meer en zwaarder beheer—hogere waterstanden (plasdras), kruidenrijke graslanden, later maaien en gefaseerd maaibeheer—moet de kuikensterfte terugdringen. Uitstellen van de eerste snee is cruciaal; door intensivering en klimaatverandering kunnen boeren nu soms al in de eerste week van mei maaien, terwijl vroeger maaiseizoenen later en langzamer verliepen, wat vogels beter hielp.
Om boeren over de streep te trekken zijn de vergoedingen binnen het ANLb (agrarisch natuur- en landschapsbeheer) dit jaar verhoogd en is er een mozaïektoeslag voor wie meerdere beheerpakketten combineert. Adviseurs als Anne Jansma en Andries Jan de Boer berekenden dat wie tot circa 25% van zijn grond zwaarder beheert, vaak geen melkproductie hoeft in te leveren; bij hogere percentages neemt de voederwaarde van gras af en moet extra krachtvoer worden aangeschaft. De nieuwe toeslag maakt zwaarder beheer in veel gevallen financieel aantrekkelijker, maar reacties van aanwezige boeren waren gemengd: biologische ondernemers zien nog steeds te veel kosten door duurder biologisch voer, terwijl anderen moeite hebben om in één keer naar het zwaarste pakket te schakelen omdat de vegetatie tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen.
Praktisch is het beeld ook dat deelnemers aan informatiebijeenkomsten doorgaans al wat natuurbeheer doen; grootschalige omslag naar bijvoorbeeld 40% zwaarder beheer blijft onzeker. Duidelijk is wel dat, naast financiële prikkels, ook betrokkenheid belangrijk is: boeren die voor natuurbeheer kiezen doen dat vaak omdat ze de vogels en het landschap een warm hart toedragen. Voor het behoud van de grutto en kievit in Fryslân lijkt dus zowel zwaarder beheer als langdurige inzet en gebiedsgerichte aanpak onmisbaar.