Dromen van goud. Wat kunnen wij als christenen leren van Femke, Jutta, Jens en Xandra?
In dit artikel:
Cabaretier en theoloog Rob Favier kijkt met plezier naar de Olympische Spelen en gebruikt het evenement als springplank voor een reflectie op geloof, geschiedenis en levenshouding. Hij wijst erop dat de Spelen oorspronkelijk een religieus festival voor Zeus waren (eerste geregistreerde editie in 776 v.Chr.), dat vrouwen uitgesloten waren en dat keizer Theodosius de Grote de oude Spelen in 393 n.Chr. verbood vanwege het heidense karakter. Na een lange onderbreking werden de moderne Spelen in 1896 opnieuw van start gebracht; de Winterspelen verschenen vanaf 1924.
Favier pleit ervoor dat de Spelen zo mogelijk vrij van politiek blijven en vraagt zich speels af of kerken iets van de competitie kunnen leren of zelfs eigen, kerkelijke “sporten” moeten introduceren — van een collectezakkenrace tot een wedstrijd in wie de kortste maar inhoudelijke preek houdt. Belangrijker vindt hij de waarde van training: de zondagse dienst ziet hij als oefening in discipline en zelfbeheersing, deugden die volgens hem in Nederland onder druk staan.
Hij prijst ook schaatsster Jutta Leerdam (en collega’s Femke Kok, Jens van ’t Wout, Xandra Velzeboer) voor hun kalmte en doorzettingsvermogen onder druk en trekt die prestatie in verband met de hoop die gelovigen koesteren op een “nieuwe aarde”. Kortom: de Spelen bieden voor Favier zowel inspiratie als een reminder van discipline, gemeenschapszin en het beoefenen van deugden.