Drogisterij ontslaat medewerker na 'diefstal', maar onterecht. Het kost nu tienduizenden euro's
In dit artikel:
Een 63-jarige assistent-drogist uit de omgeving van Leeuwarden is na 38 jaar dienst onterecht op staande voet ontslagen, oordeelde de kantonrechter in Leeuwarden. De eigenaars van de drogisterij zagen op camerabeelden dat producten ontbraken en beschuldigden hun medewerker ervan tussen 26 januari en 12 februari diverse artikelen zonder te betalen te hebben meegenomen. Op 16 februari werd zij geconfronteerd en direct ontslagen. Volgens de werkgever ging het om onder andere neusspray, een foundation, harsstrips en een slof sigaretten ter waarde van ongeveer 130 euro; daarnaast zouden er contante afrekeningen van circa €20 en €20,15 niet zijn vastgelegd.
De werknemer, die ook al tien jaar als zzp’er een salonruimte in het pand huurde, ontkende stelselmatig bewust te hebben ontvreemd. Ze stelde dat zij tijdens werk regelmatig met testers werkte en producten soms later in de kassa noteerde of op bon in een map plaatste voor privégebruik of voor haar salon. Ze wilde de camerabeelden inzien, maar dat verzoek werd door de werkgevers geweigerd met een beroep op privacyregels. Naar aanleiding van een niet-geregistreerde tabaksverkoop op 20 januari plaatsten de eigenaren een kassacamera en een tijdelijke camera in de hal.
De beelden tonen dat de medewerker op meerdere momenten iets uit de winkel pakt en wegloopt en dat ze met geldbiljetten rondloopt. Voor de eigenaar waren die beelden de ‘smoking gun’, maar de kantonrechter vond ze onvoldoende eenduidig: het is niet duidelijk te zien welke producten ze precies vastheeft en of het om testers of verkoopartikelen gaat. Evenmin kon worden bewezen dat zij daadwerkelijk sigaretten uit de voorraad had gehaald. Ook bij de contante afrekeningen achtte de rechter vergissingen in de registratie vanwege drukte niet uitgesloten.
De eigenaars hadden bovendien het ontslaggesprek opgenomen; daarin sprak de vrouw over het lenen van geld aan haar partner en zei zij dat de situatie “noodzakelijk” was, maar in hetzelfde gesprek ontkende ze ook diefstal en gaf ze aan zich onder druk te hebben gevoeld. De rechter trok hieruit geen onomstotelijk bewijs van diefstal.
Gevolg: het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig. De werkgever moet een bruto schadevergoeding van €5.000 betalen, ruim €5.400 wegens onregelmatige opzegging, bijna €15.000 aan transitievergoeding en ongeveer €1.100 aan proceskosten. De uitspraak illustreert dat camerabeelden alleen onvoldoende kunnen zijn als bewijsmateriaal wanneer niet duidelijk vaststaat wat er precies gebeurd is; bij ontslag op staande voet blijft een hoge bewijslast voor de werkgever gelden.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen fileert NOS-commentator na goals Messi: 'Ik heb mij zo ontzettend geërgerd!'