Dreamen dy't weromkomme: ik sit yn it Nederlânske alvetal
In dit artikel:
Jaap Krol schildert zijn terugkerende, dwangmatige dromen en legt uit hoe ze hem telkens uit zijn slaap rukken en oude zorgen activeren. Hij noemt drie steeds terugkerende scenario’s: dat hij opnieuw eindexamen moet doen voor de middelbare school, dat hij niet is afgestudeerd, en dat hij wordt geselecteerd voor het Nederlands elftal. De tweede droom komt het vaakst voor; daarin herbeleeft hij de angst dat hij ondanks jaren van studeren toch geen diploma heeft en voelt hij schaamte en het idee dat het leven hem voorbijgaat. Bij het wakker worden moet hij zichzelf actief overtuigen dat hij wél een diploma heeft.
De droom over het moeten herkansen voelt meer als machteloosheid ten opzichte van een onpersoonlijk systeem, terwijl de herhaalde oproepen voor het Nederlands elftal juist een nostalgisch-absurde toon hebben: het lukt hem nauwelijks een bal twee keer hoog te houden, en hij refereert met ironie aan een seizoen 1982-83 waarin hij met vier eigen goals topscorer werd van v.v. De Sweach C2. Die selectie-droom is tegelijk pijnlijk en verleidelijk omdat hij herinnert aan een periode waarin alles mogelijk leek. Krol besluit optimistisch: mocht die ultieme droom—een selectie en een hattrick in de finale—uitkomen, dan zou dat een prachtige afsluiting zijn; met het WK in zicht koestert hij die hoop.