Dominicus (66) uit Blauwhuis zwaait na 45 jaar katholiek onderwijs af: kansarme kinderen zijn er niet, kansrijke wel
In dit artikel:
Dominicus Hooghiemstra (66) uit Blauwhuis gaat na 45 jaar in het katholieke onderwijs met pensioen. De afgelopen jaren was hij bestuurlijk actief binnen de Bisschop Möller Stichting (BMS), sinds 2012 als directeur onderwijs en kwaliteit; nu maakt hij een ‘afscheidstournee’ langs alle 32 BMS‑scholen. Collegae zien hem als de belichaming van de koepel: zijn vertrek valt samen met erkenning voor zijn rol bij de opbouw van de eerste integrale kindcentra (IKC’s) in Friesland.
Hooghiemstra, geboren in 1959 in Bolsward, koos bewust voor een christelijke, ecumenisch georiënteerde opleiding in Sneek. Zijn loopbaan begon als invaller en voerde hem langs diverse scholen, onder meer de Emmaüsschool in Leeuwarden waar hij Vietnamese nieuwkomers opving. In 1991 keerde hij met zijn gezin terug naar Friesland en werd later directeur van de Thomas van Aquino in Sneek. Vanuit die praktijkervaring zette hij – geïnspireerd door een studiereis naar Zweden – stevig in op het samenbrengen van opvang, kleuteronderwijs en vrijetijdsaanbod onder één dak; zo groeide de Thomas van Aquino uit tot voorloper van het IKC‑model in de regio.
Zijn belangrijkste bijdragen zijn tweeledig: het stimuleren van integrale kindercentra en het verbeteren van huisvesting en gebouwkwaliteit. Onder zijn leiding transformeerde men verouderde scholen tot moderne IKC’s (onder andere in Bakhuizen) en werd er gebouwd met oog voor spelende en functionele ruimtes. Volgens Hooghiemstra draait een IKC om één organisatie en één visie rondom het jonge kind, waardoor zorg en onderwijs naadloos samenkomen.
Over de katholieke identiteit van scholen anno 2026 zegt hij dat die niet meer draait om kerkelijke rituelen of parochieverbanden, maar om kernwaarden als menselijke waardigheid, gemeenschapszin, solidariteit en subsidiariteit. Ouders kiezen volgens hem voor warmte en betrokkenheid; het leerlingenaantal bij BMS steeg de afgelopen jaren met 12 procent, terwijl het aantal kinderen in Friesland juist daalde.
Hooghiemstra benadrukt pedagogische principes: hij verzet zich tegen labels als ADHD of termen als ‘kansarm’, en pleit voor het zien van kinderen als kansrijk met talenten. Zijn credo: “School moet een veilig baken zijn.” Hij waarschuwt tevens voor de druk van toetscultuur en systeemafrekening, die volgens hem de essentie van onderwijs ondermijnt.
Voor de toekomst adviseert hij jonge leraren eerst uitgebreid in de klas te laten werken—praktijk boven theorie—en vraagt hij van beleidsmakers een simpele toets: maakt deze maatregel het leven en welzijn van kinderen beter? Zijn vertrek markeert het einde van een carrière die het Friese onderwijs vooral meer samenhang, betere gebouwen en een kindgerichte visie opleverde.