Dit gebeurt er als je voor zonsopgang het bos bij Appelscha in stapt

maandag, 11 mei 2026 (07:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In het schemerdauw van een zondagochtend verzamelde een klein groepje vogelaars bij het Buitencentrum in Terwisscha (Appelscha) voor een Vroege Vogelwandeling, een activiteit van Vogelbescherming Nederland tijdens de Nationale Vogelweek. Natuurgids Lex Wierenga van Staatsbosbeheer leidde de twee uur durende tocht door het Appelschaster bos, de heide en de Kale Duinen in het Drents‑Friese Wold.

Vroege gezangen en drums domineerden de wandeling: zanglijster, merel, roodborst, pimpelmees en bonte vliegenvanger lieten zich horen en zien, terwijl de grote bonte specht met zijn roffel de slagwerksectie voor zijn rekening nam. Wierenga wees telkens kort de kenmerkende roep en het gedrag aan, en gaf achtergrond over soorten zoals de appelvink — een krachtige vink met een extreem sterke snavel — en de goudhaan en kuifmees in het naaldbos. De geelgors viel op door een melodie die volgens de gids sterk aan het openingsmotief van Beethovens Vijfde doet denken.

Sommige waarnemingen waren bijzonder spectaculair: veld‑ en boomleeuweriken maakten hoge zangvluchten, waarbij de mannetjes meters omhoog klimmen en zingend naar beneden dwarrelen; de groep trof ook koekoek, fluiter en meerdere zangsolisten. Op de open vlakte vonden de deelnemers zelfs tapuiten — een kwetsige soort die in Nederland buiten de kustprovincies alleen nog in delen van het Wold voorkomt en die nesten maakt in verlaten konijnenholen. Omdat tapuiten gevoelig zijn voor verstoring (en de konijnenstand sinds de jaren tachtig door myxomatose dramatisch daalde), geldt er strikte gebiedsbescherming en zijn honden hier verboden.

Het geluk was extra groot: de deelnemers zagen meerdere mannelijke tapuiten en later een rode wouw met herkenbare vorkstaart overvliegen. In totaal noteerde de groep in ongeveer twee uur tijd dertig verschillende vogelsoorten, waaronder merel, grote bonte specht, appelvink, goudhaantje, geelgors, gierzwaluw, holenduif en barmsijs.

De wandeling liet horen hoe rijk het Drents‑Friese Wold is in het broedseizoen en bekrachtigde het belang van vroeg op pad gaan om vocale en vluchtgedragingen te ervaren. Voor de gids en deelnemers was het een reeks onverwachte vondsten en een herinnering aan waarom beschermingsmaatregelen en rustige beheerzones essentieel zijn voor kwetsbare soorten als de tapuit.