Dick uit Sneek en zijn grote passie voor de natuur rond de Griene Dyk. 'Misschien had ik toch biologie moeten gaan studeren'
In dit artikel:
Dick Pruiksma uit Sneek is al decennialang vrijwilliger in de natuurzorg en coördineert een kleine werkgroep die sinds kort de biodiversiteit op de Griene Dyk monitort. Waar hij aanvankelijk vooral voor vogels telde (nazorger voor de Vogelwacht, WetlandWacht voor het Sneekermeer en waarnemingen voor Sovon), breidde zijn interesse ongeveer tien jaar geleden uit naar vlinders, libellen, bijen en planten. Gewapend met verrekijker, spiegelreflexcamera en zijn telefoon registreert hij waarnemingen in een digitale app, waardoor een compleet overzicht van soorten en locaties ontstaat.
De werkgroep telt zeven natuurliefhebbers en werkt volgens richtlijnen van ecoloog Willem Bosma. Hun doel is niet alleen soorten tellen, maar ook het in kaart brengen van voedselbronnen zoals nectarplanten en de bestuivers daarvan. Dick verzamelt en beheert de data, voert de bijen- en hommelmonitoring uit en onderhoudt intensief contact met de gemeente, hoewel de groep onafhankelijk opereert.
De inventarisaties hebben al concrete effecten: de gemeente liet een maaiklus op een plek met een sterke populatie zwartsprietdikkopjes (een graslandvlinder) voorlopig staan nadat de werkgroep die populatie meldde. Zulke resultaten tonen hoe lokale burgerwetenschap beheerbeslissingen kan beïnvloeden en bijdragen aan ecologisch bermbeheer.
Pruiksma heeft inmiddels meer dan duizend verschillende soorten waargenomen op de Griene Dyk, soms dankzij meldingen van mede-spotters — een recente bijzondere vondst betrof een zeldzame Siberische Taling. Zijn motivatie is eenvoudig en toekomstgericht: hij hoopt dat de Griene Dyk haar rijke biodiversiteit behoudt zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen genieten. "Ik hoop dat de Griene Dyk zo mooi blijft als dat die nu is", zegt hij.
Korte context: dit initiatief is een voorbeeld van hoe lokale monitoring en samenwerking tussen vrijwilligers, ecologen en gemeenten bijdragen aan natuurbehoud en beter beheer van bermen en randen, belangrijk voor weide- en insectenfauna in agrarisch landschap.