Deze Italiaanse ecoloog verdiept zich al 50 jaar in de wolf en waarschuwt Nederland. 'Ze beseffen niet welk risico ze nemen'

vrijdag, 27 maart 2026 (10:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Luigi Boitani, 79-jarige Italiaanse wolvenecoloog en president van de Large Carnivore Initiative for Europe, waarschuwt dat de wolf zich sneller en flexibeler aanpast dan veel Nederlanders denken. Boitani, hoogleraar zoölogie aan de Sapienza Universiteit in Rome en actief in Europees beleid sinds de jaren zeventig, ontving recent een delegatie van Nederlandse ambtenaren (onder meer uit Gelderland en Drenthe) die van Italië willen leren hoe je met wolven omgaat. Zijn conclusie: Nederland mist een nationaal masterplan en neemt onnodige risico’s door te passief te handelen.

Boitani benadrukt dat individuele wolven sterk in gedrag verschillen: sommige zijn schuw, andere nieuwsgierig en avontuurlijk. Als gedragssterke dieren niet tijdig worden weggehouden of gestraft, raken ze gewend aan mensen en komen ze dichterbij – met alle veiligheidsrisico’s van dien. Hij wijst naar het geval van wolf “Bram”, die meerdere keren mensen aanpakte en uiteindelijk een spelend kind meesleepte; volgens Boitani was dat deels te voorkomen geweest door eerder in te grijpen. Afschot noemt hij een mogelijke maatregel, maar geen alleen-oplossing: ook vangen, verplaatsen of opsluiten in een dierenpark behoren tot de opties, afhankelijk van het individuele dier en de situatie.

Boitani en zijn collega’s uit de LCIE kaatsten vorig jaar al terug op de Nederlandse aanpak rond een tamme wolf op de Hoge Veluwe; zij stelden dat autoriteiten zich niet aan eigen protocollen hielden. Hoewel er geen nieuwe open brief is verstuurd, blijft zijn standpunt dat technische kennis wél wordt geleverd, maar dat politieke beslissingen uitblijven. Hij pleit voor landelijke doelen (bijvoorbeeld een maximumaantal roedels) en voor continu beheer: niet alleen reageren bij incidenten, maar structureel toezien op populatiegrootte en gewenning.

De Italiaanse praktijk leert volgens Boitani ook dat snelheid van handelen cruciaal is. In Italië wordt bij probleemsituaties vaak binnen 24 uur opgetreden; dat vermogen ontbreekt volgens Nederlandse ambtenaren nog in eigen land. Een anonieme Drentse medewerker die de delegatie vergezelde, schreef dat Nederland daarom staatssecretaris Silvio Erkens heeft gevraagd wet- en regelgeving te verduidelijken, zodat lokaal sneller en effectiever kan worden ingegrepen.

De discussie is emotioneel en gepolariseerd. Diergedragsdeskundige Debbie Rijnders hekelt het gebrek aan vroegtijdig, daadkrachtig beleid en de socialmediadruk die tot polarisatie leidt; zowel antiwolfgroepen als pro-wolf activisten maken het debat hard. Er zijn zelfs bedreigingen geuit aan adressen van boswachters en onderzoekers. Tegelijk verzet belangengroep Wolven in Utrecht zich fel tegen ingrijpen en noemt Boitani anti-wolven, met kritiek op procedimientos zoals het doden van Bram.

Op ecologisch vlak is er ook nuance: de Amerikaanse wolvenspecialist David Mech stelt dat wolven op veel plaatsen ecologische meerwaarde bieden, maar dat dit in een dichtbevolkt land als Nederland nauwelijks speelt. Boitani sluit daarop aan: Nederland heeft genoeg voedselbronnen voor wolven en daarom moeten mensen politiek kiezen hoeveel wolven men maatschappelijk accepteert en daarop consequent beheer voeren.

Kortom: Boitani roept op tot een landelijke, transparante strategie met duidelijke drempels voor ingrijpen, snelle uitvoering, en samenwerking met buurlanden — een pragmatische, democratische balans tussen bescherming van het dier en veiligheid en leefbaarheid voor mensen.