Dertig Stolpersteine in de Transvaalwijk: 'Misschien sliep Josua of Izaäk wel in mijn slaapkamer'

woensdag, 15 april 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Op Jom HaSjoa stonden bewoners van de Transvaalbuurt in Leeuwarden dinsdag stil bij de Joodse wijkgeschiedenis met de onthulling van dertig Stolpersteine. Kinderen van IKC Maria Louise noemden namen en brachten op verschillende manieren eerbetoon — van gebed en zelfgemaakte kunstwerken tot korte toespraken — waarmee ze de stemmen van voormalige bewoners weer hoorbaar maakten voor een publiek van ruim honderd mensen, waaronder nazaten van de weggevoerde gezinnen.

De ceremonie liep van de Steijnstraat (twaalf stenen) naar de Transvaalstraat (achttien stenen). Historicus Halbe Hageman, die het onderzoek naar Leeuwarder Joods erfgoed leidt, benadrukte dat de Transvaalbuurt eerder tot een relatief welvarende Joodse gemeenschap behoorde: mensen die in zowel Joodse als niet-Joodse kringen bekend stonden. De huidige actie is onderdeel van een groter project van stichting Behoud Joods Erfgoed Friesland, die de komende jaren honderden struikelstenen wil leggen om de vergeten Joodse geschiedenis zichtbaar te maken; eerder werden al 36 stenen geplaatst bij het voormalige hart van de gemeenschap, Bij de Put.

Een van de centraal herdachte gezinnen was de familie Benninga van Transvaalstraat 38. Drie generaties van de familie waren bij de onthulling aanwezig, waaronder Tineke (Tiny Lea) en Robert Simon, kleinkinderen van Simon Benninga. Commissaris van de Koning Arno Brok, die jaren in het huis heeft gewoond, hielp ook met het leggen van een steen. De familiegeschiedenis toont hoe ingrijpend de vervolging was: Simon Benninga werd op 11 april 1942 opgepakt in het zogenoemde Vosseparkdrama, kwam via Kamp Amersfoort en Westerbork in Auschwitz terecht en overleed op 25 januari; zijn vrouw Jenny stierf in Westerbork; dochter Lea en haar echtgenoot werden in 1943 naar Sobibor gedeporteerd en vermoord. Brok en nazaten legden later samen het kaddisj uit.

Andere herdenkingen in de buurt betroffen families als Katan (Transvaalstraat 30, twee van de drie gezinsleden werden vermoord; Alphons Katan overleefde), en de families Dwinger, Sanders, Van Gelder, Feitsma, Fleischer-Schwarz, Velleman en Simons. Een 13-jarig meisje uit de straat, Robin, reageerde geschokt bij het zien van de stenen voor haar huis; zij had niet geweten dat de Van Gelder-familie daar ooit woonde en zei dat de namen nu niet meer vergeten zouden worden.

De Stolpersteine — kleine gedenkstenen in het trottoir met de namen van gedeporteerden — moeten volgens de organisatoren lokaal geheugen herstellen en nabestaanden verbinden met de plekken waar hun familie ooit leefde. De ceremonie illustreerde zowel het persoonlijke verlies van generaties als de inzet om die verhalen zichtbaar te houden.