Dertig Joodse mensen uit Leeuwarden herdacht met een struikelsteen. 'Verraden voor twee keer 7,5 gulden'
In dit artikel:
Op Jom HaSjoa legden Tiny Benninga, haar broer Robert en drie generaties familie een struikelsteen in de Transvaalwijk van Leeuwarden—een herdenking voor dertig Joodse oud-bewoners van de buurt. Negen leden van de familie Benninga waren aanwezig bij de herdenkingsplechtigheid, waarbij ook in totaal dertig stenen in de Transvaalstraat en Steynstraat werden geplaatst.
Tiny besloot het jarenlange zwijgen binnen het gezin te doorbreken en zelf te onderzoeken wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog met haar familie was gebeurd. Haar vader Leonhard had altijd slechts vaag verteld dat familieleden “niet teruggekeerd” waren; woorden als vergast of vermoord kwamen niet voor in huiselijke gesprekken. Die stilte weerspiegelde het verdriet dat hij in stilte meedroeg: na de oorlog keerde het echtpaar niet terug naar Friesland en hij sprak nooit over zijn jeugd of leerde zijn kinderen geen Fries. De enige band met Leeuwarden bleef het clubblad van voetbalclub Frisia, waar hij speelde.
De familiegeschiedenis bevat harde details: in de nacht van 10 op 11 april 1942 werden borden met “Voor Joden Verboden” weggenomen in een nabijgelegen park; als vergelding werden tien Joodse mannen uit Leeuwarden opgepakt en naar Kamp Amersfoort gebracht, waaronder Simon Benninga. Tiny’s grootmoeder Jenny werd later in een rolstoel van huis gehaald en naar Westerbork gedeporteerd, waar ze kort daarna overleed. Tiny vertelt ook dat haar ouders, die ondergedoken zaten in Brabant, verraden werden voor kleine bedragen—zij overleefden wel maar keerden niet terug.
Voor Tiny betekent de struikelsteen veel: de fysieke plek helpt de familiegeschiedenis zichtbaar en tastbaar te maken en geeft haar familie volgens haar een gevoel van “sterk en trots”.