Dertig jaar na de oorlog loopt Bosnië leeg: 'Oude wonden worden opnieuw opengereten'
In dit artikel:
Dertig jaar na de Dayton-akkoorden houden Europese troepen nog altijd toezicht in Bosnië-Hercegovina omdat de onderliggende conflicten niet zijn opgelost. Vanaf Camp Butmir bij Sarajevo opereert EUPROFOR Althea — ongeveer 1.600 manschappen — met als belangrijkste doel het handhaven van een veilige en zekere omgeving zoals vastgelegd in Dayton. Nederlandse militairen van het 13e Infanteriebataljon ‘Stoottroepen’ uit Assen voeren in steden als Konjic en Sarajevo zogenoemde ‘sociale patrouilles’ uit: zichtbaar aanwezig zijn, informatie verzamelen en waar mogelijk contact zoeken met de lokale bevolking.
Konjic — een schilderachtig bergstadje op een uur van Sarajevo — illustreert waarom die aanwezigheid nog nodig blijft. Voor de oorlog was het etnisch gemengd; nu vormen Bosnische moslims ongeveer 85% van de bevolking en zijn veel Serviërs vertrokken. Kogelinslagen in gevels herinneren aan de oorlogsjaren 1992–1995. De patrouilles van EU-forces zijn niet primair gericht op gewapende interventie: de lokale politiediensten en het Bosnische leger dragen verantwoordelijkheid voor ordehandhaving. De militairen zijn wel uitgerust en kunnen bij escalatie versterking krijgen, maar hun dagelijkse taak bestaat uit zichtbaarheid, het monitoren van subtiele signalen (zoals graffiti en huisnummerkleuren) en het leggen van contacten met burgers via tolken.
Politieke spanningen zijn de afgelopen maanden toegenomen. De leider uit de Republika Srpska, Milorad Dodik, zet al jaren in op ontmanteling van de Bosnische staat en zoekt toenadering tot Servië en Rusland. Zijn retoriek en machtsmiddelen — politie-inzet, aansturen van aanhangers en uitspraken die tegenstrijdige bevolkingsgroepen verachten — wakkeren angst aan en ondermijnen hervormingen. De Europese Commissie zette Bosnië in 2022 wel op de lijst van kandidaat-lidstaten, maar constateert dat essentiële hervormingen op het gebied van democratie, rechtsstaat en corruptiebestrijding stokken. Lidmaatschap van de NAVO is op dit moment niet aan de orde, terwijl buurlanden als Kroatië en Montenegro dat pad al bewandeld hebben.
De politieke impasse heeft ook demografische gevolgen. Massale emigratie — deels veroorzaakt door kansen via Kroatische paspoorten en deels door pessimisme over de toekomst — bedreigt de bevolkingsomvang; prognoses wijzen op een forse daling richting 2050 als de trend doorzet. Veteranen en lokale analisten zeggen dat veel mensen vertrekken uit angst voor nieuwe conflicten en door gebrek aan perspectief voor hun kinderen.
Op microniveau oefenen Nederlandse militairen veel zorgvuldigheid: ze worden getraind in lokale geschiedenis, cultuur en taal, ze lopen in tweemanskoppels om drempels voor gesprekken te verlagen en noteren kleine signalen van spanning. Toch leiden patrouilles niet altijd tot directe interactie; aanwezigheid alleen kan al rust geven. Voor Nederland blijft Bosnië een gevoelig hoofdstuk — de herinnering aan Dutchbat en Srebrenica speelt nog altijd mee — en de Nederlandse bijdrage maakt deel uit van een lange buitenlandse inzet in het land.
Samengevat: Dayton voorkwam open oorlog, maar heeft de verdeeldheid bevroren in een fragiel systeem. Europese troepen blijven daarom noodzakelijk om escalatie te ontmoedigen, terwijl politieke blokkades, buitenlandse invloeden en demografische leegloop de toekomst van Bosnië-Hercegovina onzeker houden.