De wereldorde fragmenteert: Nederland moet afgewogen keuzes maken. Naïviteit en gemakzucht gaan niet met een rechtsstaat samen | opinie

zaterdag, 14 maart 2026 (10:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Corien Prins, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar Rechtsgeleerdheid en Informatisering aan Tilburg University, hield donderdag de jaarlijkse Huber-lezing bij de Academie van Franeker. In haar toespraak schetste zij hoe de vertrouwde wereldorde uiteenvalt en betoogde zij dat vrijwel elke beleidskeuze de komende jaren een afweging zal zijn tussen drie conflicterende doelen: weerbaarheid, welvaart en waarden — de zogeheten 3W’s uit een WRR-rapport van 2024.

Prins leidde haar betoog met actuele voorbeelden van snelle geopolitieke verschuivingen sinds 2025 en begin 2026: de oorlog in Oekraïne, de opkomst van China als economische en technologische grootmacht, de onvoorspelbare houding van de Amerikaanse president en recente escalaties in het Midden-Oosten na een aanval op Iran. Tegelijkertijd waarschuwde ze dat bedreigingen niet alleen ver weg liggen: onbekende drones boven Nederlandse vliegvelden, cyberaanvallen op vitale infrastructuur en grootschalige desinformatie op platformen als Facebook en X tonen aan dat risico’s dichtbij en complex zijn.

De kernanalyse van Prins is dat de wereldorde fragmentariseert op drie fronten. Ten eerste de actoren: naast staten als de VS, China, Rusland en het stijgende India hebben ook grote bedrijven (met soms meer economische macht dan landen) een geopolitieke rol; SpaceX werd als voorbeeld genoemd van private invloed op oorlogvoering. Ten tweede het instrumentarium: macht wordt niet alleen via militaire of economische middelen uitgeoefend, maar ook via digitale infrastructuur, voedselketens, wetenschappelijke kennis en satellieten — en nieuwe arctische vaarroutes veranderen strategische belangen, bijvoorbeeld rond Groenland. Ten derde de ideologieën: het idee dat democratie en neoliberaal kapitalisme universeel zouden zegevieren, is onder druk komen te staan; autoritaire en nationalistische narratieven winnen terrein en beïnvloeden internationale verhoudingen.

Die fragmentatie zorgt voor lastige trade-offs. De afhankelijkheid van China in essentiële ketens voor de energietransitie maakt Europese welvaart kwetsbaar; het verminderen van die afhankelijkheid vergt prijzige ‘strategische autonomie’. Minder afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech kan leiden tot minder gebruiksvriendelijke diensten. Investeren in militaire en civiele weerbaarheid kan ten koste gaan van uitgaven aan welzijn en culturele voorzieningen. Volgens Prins is het besef dat deze drie W’s vaak niet in elkaars verlengde liggen cruciaal voor verstandig beleid.

Prins verbond deze geopolitieke observaties met het gedachtegoed van Ulrik Huber, de 17e-eeuwse jurist naar wie de lezing is vernoemd. Huber’s inzet voor wettelijke grenzen aan overheidsmacht en bescherming tegen willekeur vormt volgens haar een belangrijk kompas nu geopolitieke spanningen via polarisatie, complottheorieën en sociale eilandvorming ook binnen democratische samenlevingen doorwerken. Ze waarschuwde dat een te strikte focus op veiligheid de proportionaliteit en rechtsstatelijke toetsing kan verdringen — wat zij provocerend aanduidde als het risico van een “oorlogsrechtsstaat”.

Afsluitend pleitte Prins voor een actieve politieke en maatschappelijke dialoog over de keuzes tussen weerbaarheid, welvaart en waarden. Beleid moet niet reactief of naïef zijn; het vereist bewuste afwegingen die rechtsstatelijke beginselen zoals proportionaliteit en subsidiariteit respecteren. De Huber-lezing roept daarmee op tot zowel strategische bezinning over externe kwetsbaarheden als tot het verdedigen van intern democratisch en juridisch evenwicht.