De vrijzinnigheid in Fryslân: spiritueel, sociaal bewogen, ruimdenkend

vrijdag, 20 maart 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Rienk Klooster beschrijft in Het Modernisme in Friesland 1840–1940 hoe in Friesland predikanten geloof en kritisch denken met elkaar probeerden te verbinden. Het boek behandelt honderd jaar vrijzinnige theologie en kerkelijk handelen, afgebakend door J.H. Scholten’s oratie in Franeker (1840) als startsein voor het Nederlandse modernisme en de Tweede Wereldoorlog als sluitstuk van het tijdvak.

Klooster tekent een veelzijdig beeld van wat onder vrijzinnigheid kon vallen: van een ruimhartig, op verstand en menselijke maat gericht kerkelijk geluid tot een zoektocht naar een algemeen ‘innerlijk licht’ die soms zelfs spiritistische trekken aannam. Vrijzinnige predikanten streefden niet alleen naar theologische vernieuwing, maar zagen zichzelf vaak ook als maatschappelijke hervormers. Ze bemoeiden zich met armoedebestrijding, opvoeding en betere arbeidsomstandigheden, en vielen daardoor regelmatig buiten de orthodoxe kring.

Concrete voorbeelden illustreren die betrokkenheid. François HaverSchmidt (Piet Paaltjens) worstelde rond 1860 als predikant in Foudgum en Raard met de orthodoxie. In Noordwolde zette dominee Frits Reitsma zich in voor heropleving van de rietvlechtindustrie: na studiereizen naar Duitsland en Oostenrijk wist hij bestuurlijk draagvlak te creëren voor de eerste vakschool rietvlechten in Nederland, met oog voor werkgelegenheid en welzijn van armen. Aan de andere kant stond Hille Ris Lambers uit Jorwert, die, hoewel modernist, openstond voor spiritistische ideeën en zo weer contact maakte met een ‘geestelijke’ dimensie die eerdere modernisten juist hadden verworpen.

Een belangrijke stroming binnen het vrijzinnige spectrum was het religieus-socialisme van Willem Banning. Geïnspireerd door de Engelse Woodbrookers verbond hij geloofsovertuiging met sociale actie; in 1936 legde hij de symbolische grondslag voor een vormingscentrum in Kortehemmen dat arbeiders opleidde en opving. Klooster onderscheidt globaal drie fases: een opbloei na Scholten, een terugslag door orthodox verzet, en een latere verschuiving waarbij modernisme deels aansluiting vindt bij opkomend socialisme — met ‘rode dominees’ als Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Albertinus van der Heide als markante voorbeelden.

Het boek biedt meer dan biografieën: het is een breed historisch overzicht van ideeën, gemeenten en praktische initiatieven die laten zien hoe vrijzinnigheid in Fryslân kerkelijk, sociaal en cultureel doorwerkte. Titel: Het Modernisme in Friesland 1840–1940. Auteur: Rienk Klooster. Uitgever: Verloren.