De vrees komt uit voor Chris Huizinga en Marcel Bosker, de medailles op de 5 kilometer gaan mee naar het buitenland
In dit artikel:
Na twee olympische afstanden staan de Nederlandse schaatsers nog zonder medaille. Zoals verwacht leverden de mannen op de 5 kilometer geen prijs op; koninklijk publiek in de tribune — koning Willem‑Alexander, koningin Máxima en kroonprinses Amalia — kon het tij niet keren.
Marcel Bosker opende als eerste Nederlander maar had een teleurstellende wedstrijd: hij kampte met zenuwen en een verhoogde hartslag bij de start, maakte fouten in de beginfase en finishte ver van het podium. Chris Huizinga eindigde als zevende in 6.11,58, ruim twee seconden achter het brons, waarmee duidelijk werd dat de Nederlandse mannen de afgelopen zes maanden terrein hebben verloren op internationale concurrenten. Voor het eerst sinds Sarajevo 1984 eindigden de Oranje‑mannen zonder medaille op deze afstand.
Het podium was volledig voor buitenlanders: Sander Eitrem uit Noorwegen won goud in 6.03,95, gevolgd door de Tsjech Medodej Jilek (6.06,48) en de lokale favoriet Riccardo Lorello (6.09,22). Eitrem, die twee weken eerder al onder de zes minuten reed en het werelduurrecord in Inzell vestigde, maakte een einde aan een lange Noorse droogte op deze afstand sinds Johann Olav Koss. Hij noemde ontspannen blijven en de race simpel houden als sleutel tot zijn succes.
De Nederlandse boodschap is helder: anderen hebben stappen gezet in training en opkomend talent (onder meer skeeleraars en langdurige trainingsprogramma’s), terwijl Nederland moet zoeken naar hoe het gat te dichten. Huizinga wil terug naar de tekentafel om te achterhalen wat de huidige toppers anders deden. Op korte termijn blijft er zorg over vorm, nerveuze starts en wedstrijdmanagement bij de Oranjemannen.