De 'Vierde' van Mahler maakt je hoofd weer helder

zaterdag, 9 mei 2026 (21:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Mahler’s Vierde Symfonie oogt en klinkt als een verademing: lichtvoetig, helder en vol natuurlijke kleuren. Het werk ontstond tijdens zijn zomers van 1899 (Altausee, Stiermarken) en 1900 (Wörthersee, Karinthië), toen Mahler al dirigent van de Weense Hofopera was. Als zoon van een joodse kastelein uit Jihlava had hij zich tot het katholicisme bekeerd om carrièremogelijkheden te krijgen, maar bleef toch doelwit van antisemitische kritiek.

Bij verschijnen werd de symfonie in Oostenrijk en Duitsland vaak negatief ontvangen; recensenten konden niet goed plaatsen dat Mahler na monumentale, kosmische werken als zijn Tweede en Derde zo licht en ontspannen kon klinken. Tegenwoordig wordt de Vierde juist gezien als de “lichtste” van zijn negen symfonieën en als een terugkeer naar kinderlijke onschuld. Het slotdeel bevat een sopraanzang gebaseerd op een lied uit Des Knaben Wunderhorn en beeldt een naïeve, hemelse blik op het eeuwige leven uit; de voorgaande delen werken hier als voorspelletjes naar dat paradijs.

Muzikaal valt het werk op door warme harmonie, bijna Schubertiaanse melodieën, verfijnde orkestratie en sfeervolle details zoals sleebellen en een wandelend tempo. Er is weinig van de stormachtige natuurvreugde van een Beethoven-of de ingehouden zwaarte van een Brahms; het blijft meestal rustig, teder en verhalend. Het derde deel, met zijn verweven tedere en klaaglijke lijnen, refereerde Mahler zelf aan de huilende maar glimlachende moeder.

Er bestaan vele uitstekende opnames; een veelgeprezen uitvoering is die van Lorin Maazel met de Wiener Philharmoniker en sopraan Barbara Bonney (Sony, 1984).