De 'Vier Letzte Lieder' van Strauss: diepzinnig en mooi
In dit artikel:
Melissa van Voorst, klassiek sopraan en voormalig violiste, viel als reserveszangeres in voor een uitvoering van Strauss’ Vier Letzte Lieder en werd er ditmaal diep door geraakt. Een week eerder gevraagd om in te vallen, hoorde ze na haar laatste noot een violiste gekscherend vragen of ze nog viool speelde — een luchtige breuk in de gespannen sfeer van die repetitie. De omschrijving van het orkestleven — bingo tijdens de repetitie, op sokken spelen, snoepjes en gezamenlijke kater na een gezellige avond — riep herinneringen op aan haar conservatoriumtijd, toen ze het werk ook al eens als violiste had uitgevoerd en het destijds wat saai vond.
De Vier Letzte Lieder, geschreven door Richard Strauss vlak voor zijn dood, bestaan uit vier liederen (de Lente, de Tuin in de Herfst, een Wiegenlied en het Avondrood) die levenseinde en berusting bezingen. Door vijf intensieve dagen met de muziek voelde Van Voorst nu een diepe sereniteit en tevredenheid over haar eigen leven; wat haar vroeger afstandelijk voorkwam, raakte haar nu in ziel en zaligheid. Ze wijst luisteraars op sterke opnames van zangers als Jessye Norman en Renée Fleming en merkt op dat Strauss zijn liederen zo weldadig voor de vrouwelijke stem schreef, deels geïnspireerd door zijn vrouw Pauline de Ahna, zelf een beroemde sopraan.
De column contrasteert twee fasen van betrokkenheid bij hetzelfde werk — als violiste en later als zangeres — en toont hoe tijd, ervaring en intensieve verdieping kunnen veranderen wat een muziekstuk in je oproept. Ze besluit met een luchtige noot: ze zal nooit meer viool spelen; dat laat ze voortaan aan haar man over.