De verschrikkelijke verhalen uit de Holocaust moeten verteld blijven worden
In dit artikel:
Op haar vijftiende werd Eva Geiringer op 11 mei 1944 met het gezin naar Auschwitz gedeporteerd. Sinds 1942 leefden zij en haar familie ondergedoken, tot verraad hen verraste; haar vader en broer overleefden het vernietigingskamp niet. Na de oorlog trouwde haar moeder met Otto Frank. Eva zweeg jarenlang over wat ze had meegemaakt, maar toen zij zag dat haat en uitsluiting nog altijd bestonden, ging ze spreken op scholen en bij bijeenkomsten om te waarschuwen voor de gevolgen van ontmenselijking. Deze maand overleed ze in Londen, 96 jaar oud; koning Charles prees haar inzet tegen haat en vooroordelen.
De nagenoeg verdwijnende generatie ooggetuigen leidt tot discussie over herdenkingen. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei stelde vorig jaar voor 5 mei nadrukkelijk als Dag van de Vrijheid te vieren — een viering van democratie en verworven vrijheden — omdat jongere generaties de oorlog verder in de geschiedenis zien. Tegelijk benadrukken plekken als Auschwitz-Birkenau het belang van de persoonlijke verhalen van overlevenden bij herdenkingen, juist omdat die getuigenissen blijvende waarschuwingen en richtlijnen bieden.
Nu, 81 jaar na de bevrijding van Auschwitz, onderstreept Geiringers overlijden het belang van het levend houden van herinneringen. De krant roept op om deze verhalen te blijven vertellen — onder meer tijdens herdenkingen die komende dagen in Amsterdam, Polen en Leeuwarden plaatsvinden — zodat politiek gemotiveerde haat niet wordt vergeten of genegeerd.