De teloorgang van discotheek Pruim: Amsterdams netwerk houdt Zevenhuizen in de wurggreep
In dit artikel:
Discotheek Pruim in Zevenhuizen, ooit het bruisende hart van het dorp, staat al zestien jaar vervallen: kapot glas, kniehoog gras op de parkeerplaats en een leeg, verwaarloosd complex aan het Hoofddiep. De 73‑jarige ondernemer Gauke Poelman, die al jaren probeert het terrein te kopen om er ongeveer zestig woningen te realiseren, ziet de aanblik als een schande voor het dorp en kreeg in februari 2025 een forse teleurstelling toen de rechter zijn aankoopplannen effectief blokkeerde.
Wat er misging begint in 2007, toen Louwe en zijn broer Geert Pruim verkochten aan een groep die op papier werd geleid door Ronald Sewgobind (75%) en Rooskaijroo Partosoebroto (25%). De affaire verliep snel en deels buiten banken om: een deel van de koop werd via een privélening gefinancierd, waaronder een lening van 1 miljoen euro van voormalig autocoureur Marijn van Kalmthout. Kort na de overdracht verhuurde de nieuwe groepering het complex aan Roshapré BV (Hoofddorp), dat de vaste dorpsmedewerkers ontsloeg, nieuw personeel uit de Randstad liet aanrukken en de programmering radicaal verving — met als gevolg dat veel vaste portiers, dj’s en verenigingen wegvaakten. Binnen twee jaar was de trekpleister uitgeput; Pruim sloot in 2009 definitief en exploitant Roshapré ging failliet.
Achter die oppervlakkige transacties blijken een kluwen van bv’s, hypotheken en personen te zitten die de toekomst van het terrein bepalen. Centraal in de dossiers van Poelman staan twee Amsterdamse spilfiguren: Prem Jankie (Hoofddorp), die zichtbaar was bij verbouwingen en in het Kadaster als hypotheekgever opduikt, en ondernemer Jan Erkelens, eigenaar van onder meer coffeeshops en een seksclub. Jankie, eerder betrokken bij een Amsterdamse club (mogelijk club XQ) waarvan de exploitatievergunning door de gemeente werd geweigerd vanwege vroegere veroordelingen, fungeerde volgens omwonenden en Poelman vaak als ‘de man die alles regelde’. Erkelens verschijnt later als schuldeiser en verkrijger van hypotheekrechten op Pruim; in 2011 en via nieuwe constructies in 2021 verwerft hij posities die hem uiteindelijk beslissende macht geven over verkoop of behoud van het complex.
De gemeente en het dorp probeerden destijds al waakzaam te zijn: er werd een Bibob‑onderzoek gestart in 2008, maar dat liep stuk omdat de fiscus niet meewerkte. Burgemeester en wethouders kregen met moeite contact met de eigenaren; ambtenaren werden soms niet ontvangen. Juridisch en bestuurlijk voelde het als handen gebonden: onteigenen kan alleen als de gemeente duidelijk kan aantonen dat de grond noodzakelijk is voor bijvoorbeeld woningbouw, en handhavingsmogelijkheden zijn beperkt zolang de locatie geen direct veiligheids- of milieugevaar vormt.
In de dorpsgemeenschap en de lokale politiek groeien al jaren speculaties over mogelijk criminele activiteiten: witwaspraktijken, drugshandel en zelfs plannen voor een wietplantage in een schuur worden genoemd. Concrete bewijzen of politieacties noemden betrokkenen in het artikel niet; de hoofdrolspelers ontkrachten of bagatelliseren de verhalen. Sewgobind zegt zelf dat er dingen op zijn naam zijn gedaan waar hij geen zicht op had, terwijl Erkelens alle beschuldigingen ‘pure onzin’ noemt.
Voor Poelman bestaan de praktische hinderpalen uit drie grote juridische knooppunten: het hypotheekrecht van Erkelens, het sinds 2014 op het aandeel van Partosoebroto liggende beslag van ABN Amro, en de onvindbaarheid of wisselende medewerking van Partosoebroto zelf. Sewgobind wil het liefst van het pand af en ontmoette Poelman; Partosoebroto is wisselvallig en soms onbereikbaar. Poelman bood iets meer dan een miljoen, maar vooraleer de verkoop doorging moest de rechter vaststellen dat Erkelens’ hypotheek niet rechtsgeldig was — dat gebeurde niet. De rechtbank oordeelde dat Erkelens zijn positie mag behouden en niet verplicht is mee te werken aan verkoop aan Poelman. Daarmee viel de grootste kans voor een snelle transformatie weg.
Sinds het mislukte koopproces is er toch weer enige beweging: volgens betrokkenen wordt er onderhandeld over verkoop en zouden er plannen zijn om er huizen te bouwen, waarbij Jankie zich nu als gesprekspartner presenteert. Wie straks echt de eigenaar en ontwikkelaar wordt, en of dat tot snelle sloop en nieuwbouw leidt, is onduidelijk. De gemeente Westerkwartier houdt zich aanbevolen: wethouder Hans Haze zegt dat hij – net als veel dorpelingen – liever vandaag dan morgen de bulldozer erop zou zetten, maar dat dat alleen kan binnen het kader van eigendoms- en bestuursrecht.
De casus Pruim illustreert hoe een lokaal maatschappelijk en ruimtelijk probleem kan vastlopen door ondoorzichtige eigendomsstructuren, privéleningen, juridische beslagleggingen en personen met controversiële reputaties. Voor bewoners blijft het terrein een zichtbare blamage; voor de gemeente en initiatiefnemers zoals Poelman blijft het een juridisch lastige klus waarbij financiële belangen en oude schulden de weg naar herontwikkeling blokkeren.