De slangenmens-kunsten van Mark Rutte hebben menig politicus van nu gevormd | Column Joost Oomen

vrijdag, 3 april 2026 (17:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Petra de Konings biografie van Mark Rutte (2020) wordt beschreven hoe de jonge staatssecretaris Onderwijs zich onder minister Maria van der Hoeven als een kleinmachtig ondergeschikte voordeed: hij kroop, liet zich wegzetten als onervaren en vroeg nadrukkelijk om aanwijzingen. Doordat Van der Hoeven hem juist daardoor steeds meer taken toevertrouwde, groeide Rutte’s invloed — uiteindelijk leidend tot zijn premierschap — terwijl Van der Hoeven in de marge verdween. Over zijn inhoudelijke opvattingen over onderwijs bleef het verhaal vaag.

Diezelfde politiek-techniek, het buigen en manoeuvreren om te winnen, duikt volgens het artikel ook in 2026 op. Minister Roelof Sjoerdsma van Ontwikkelingssamenwerking veranderde binnen een week van positie over het (her)openen van steun aan UNRWA, niet per se uit principiële overtuiging maar om coalitieafspraken en begrotingssteun te beveiligen. Zowel rechts als links in de Kamer bekritiseerden hem: waar staat hij nu echt voor? Sjoerdsma verdedigde zijn handelwijze als noodzakelijk politiek handelen om voorstellen door het parlement te loodsen.

De kernkritiek luidt dat de Nederlandse politiek steeds meer draait om tactiek en onderhandelen — het hosselen — in plaats van om ideeëngoed en visie. Na bijna 25 jaar Rutte schuilt daar volgens de auteur frustratie: het poldermodel, ooit gestoeld op overleg met partijen die elk een richting voor ogen hadden, verwordt tot een spel zonder groter doel. Zonder gedeelde dromen of heldere richting lopen besluiten het risico doel- noch kompas te hebben, met als mogelijke uitkomst zielloos drijven.

Extra context: UNRWA is de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen en staat internationaal onder vergrootglas sinds recente conflicten; financieringsbeslissingen daaraan raken politiek zowel qua principes als coalitiediscipline.