De schrijver achter Hendrik Groen laat zich nu tóch zien. 'Niemand verwachtte het nog en huppakee, daar kom ik opeens'
In dit artikel:
Peter de Smet, vroeger conciërge en jarenlang onopvallend aanwezig in Amsterdam-Noord, staat na jaren van schuilen nu opnieuw in de schijnwerpers: hij schreef Piaggio, het Boekenweekgeschenk van 2026. Onder het pseudoniem Hendrik Groen brak hij in 2014 door met Pogingen iets van het leven te maken, een zogenaamd dagboek van een 83¼‑jarige bewoner van een bejaardentehuis. Het boek groeide uit tot een bestseller, leverde een NS Publieksprijs op, werd een tv-serie met miljoenen kijkers en leidde tot meerdere vervolgdelen. Pas later bleek dat achter het alter ego de toen 60‑jarige conciërge Peter de Smet schuilging; hij bleef langere tijd bewust uit de publiciteit.
Piaggio vertelt het luchtige, mensgerichte verhaal van twee vijftigers/sextigers — Anton en Marieke — die elkaar ontmoeten en in een klein Italiaans drie‑wielautootje van Italië naar Nederland tuffen: in krap twee weken leggen ze 1.077 kilometer af. De tocht is kleinstedelijk, melancholisch en komisch: pelpinda’s, koelboxlunches, rosétje voor haar, biertje voor hem, en de alledaagse ongemakken van het piepkleine karretje. De novelle speelt opnieuw met een besloten ‘biotoop’: twee mensen dicht op elkaar, met alle menselijke onvolkomenheden en kwetsbaarheid die dat blootlegt. De toon is herkenbaar voor lezers van Groen: humor gemengd met ontroering en een sprankje hoop.
Het CPNB vroeg De Smet het Boekenweekgeschenk te schrijven, een opdracht met grote oplage (een half miljoen exemplaren) en bijbehorende verwachtingen: interviews, signeersessies en aanwezigheid op het Boekenbal. Na jaren van anonimiteit accepteerde hij de eer — naar eigen zeggen omdat het “te verleidelijk” was — waarmee hij zich verplichtte om meer naar buiten te treden. Hij neemt die verplichtingen laconiek: veel telefoneren of persjolijt verandert zijn bescheiden levensstijl niet wezenlijk.
Achter het succes zit een onconventioneel begin: manuscriptafwijzingen door meerdere uitgeverijen, gevolgd door plaatsing in Torpedo Magazine en later twee uitgevers die het dagboekvormige boek wilden uitbrengen. De dagboekvorm bleek precies te werken: regelmaat, overzichtelijkheid en het beperken tot een klein, afgesloten gezelschap maken het verhaal herkenbaar en geven ruimte voor de verbeelding van de lezer. De Smet benadrukt dat hij geen specialist in ouderenzorg is en dat veel elementen fictioneel zijn, maar dat observaties uit de werkelijkheid – bijvoorbeeld situaties rondom sterfgevallen en het leegmaken van kamers – de thematiek extra schrijnend maken.
Een terugkerend motief in zijn werk is het kleine, beperkte wereldje: bejaardentehuizen, volkstuincomplexen, goedkope hotels of verder trokritten — plekken waar menselijke tekortkomingen, kleinzieligheid en toch ook tederheid zichtbaar worden. In eerdere romans verplaatste hij dat kader: van het dagboek over een bejaardenhuis naar Leven en laten leven (een bijna‑vijftiger die zichzelf heruitvindt), De slag om Rust en Vreugd (over een volkstuincomplex) en recente werken over overwinteraars in Benidorm of een groepsreis naar het noorderlicht. Veel van die verhalen ontstonden na eigen korte veldonderzoeken: reizen, hotels met slechte reviews bezoeken, of met onbekenden in de bus zitten om materiaal te verzamelen.
De Smet zegt zich niet druk te maken om literaire kritiek. Hij verwijst naar commentaar dat zijn Boekenweekgeschenk geen “literatuur” zou zijn, maar ziet zijn taak anders: mensen naar de boekhandel krijgen en een groot publiek een plezierig leesmoment bezorgen. Die houding verklaart ook zijn tevredenheid over het populaire succes van zijn werk — miljoenen mensen lachten om zijn grappen op televisie — en de relatieve banaliteit van wat het hem financieel bracht. Hoewel hij “miljonair” genoemd wordt, noemt hij de praktische gevolgen klein: een nieuwe fiets, vaker een rondje geven en kleiner wonen.
Persoonlijk blijft De Smet nuchter en bescheiden. Hij is 71, woont in Amsterdam-Noord, heeft een vriendin en twee volwassen dochters. Ooit studeerde hij kort politicologie en Nederlands, werkte verschillende baantjes en was ruim twee decennia conciërge bij de muziekschool. Als Hendrik Groen schreef hij zes romans; nu werkt hij aan zijn eerste jeugdboek. Zijn schrijfmethode is gedisciplineerd: regelmatig korte fragmenten schrijven, een duidelijk kader kiezen en personages die “het nét niet goed voor elkaar hebben” neerzetten — figuren die lezers herkennen, soms als buren of familieleden, soms als zichzelf.
Kort samengevat: Piaggio is een nieuw, toegankelijk en menselijk verhaal van Peter de Smet/Hendrik Groen dat past in zijn oeuvre van warme, kleine observaties over menselijke tekortkomingen en tederheid. Met het Boekenweekgeschenk staat hij weer in de openbaarheid, maar de schrijver zelf blijft op zijn eigen, weinig opgeblazen manier verbonden met het gewone leven dat hij zo treffend weet te beschrijven.