De schapenwereld helpt de Friese vertalers. Dat restje poep in de vacht is een skytlokke
In dit artikel:
Het woord tarrel—straatwoord voor een hardnekkig restje ontlasting of wc-papier dat in het konthaar blijft hangen—leverde een stortvloed aan creatieve vertalingen op van lezers uit verschillende regio’s. Sjoerd Vriesema werd vaak genoemd vanwege zijn treffende kontklontsje; anderen bedachten varianten als kont fladde propke, kontkaramel en kontsnipel. Alliteraties en klankspelingen kwamen veel voor (tarretrop, dongding, kribelklútsje), net als woorden met een dierlijke of schaapsachtergrond: meerdere inzenders, onder wie Titus Hettinga, gaven skytlokke/poepertlokje — een term die vooral bij schaapse uitwerpselen bekend is.
Sommigen kozen meer beschrijvende of verkleinende vormen: poepkrûm, keutelklis, poepplakkerke en poeppeareltsje; anderen schakelden naar smakelijke beeldspraak met plakboaluske (Zeeuwse bolus) en noemden kortere straattaalvormen als rafka/rafsky en kakkerl. Er zijn ook creaties die uitdrukking geven aan ergernis of kleinheid (reetresje, snipperskytsje, strontfaai).
De inzendingen tonen vooral taalspel: regionale klanken en verkleinwoorden (Friese en Zeeuwse tonen) en humor als motor achter woordvorming. Het stuk sluit af met een korte toelichting over woordspeling: wie „pun intended” toevoegt, geeft aan dat de dubbelzinnigheid bewust is; zonder die toevoeging is de woordspeling toevallig of onbedoeld.