De PvdA breekt het 'rode' noorden zelf af | LC commentaar
In dit artikel:
Jesse Klaver probeerde de gemeentelijke uitslag van de fusiepartij GroenLinks–PvdA als een succes te presenteren, maar de cijfers laten een ander beeld zien: landelijk verloor de combinatie tienduizenden kiezers en ongeveer 140 raadszetels — meer dan een tiende van het totaal. Alleen lokale partijen deden het beter, waardoor GroenLinks–PvdA nu de op één na grootste politieke club van het land is.
Regionaal viel het verlies vooral hard in het traditionele ‘rode’ noorden: Friesland en Groningen zagen de grootste terugval. Voorbeelden tonen hoe de optelsom tekortschiet: in Heerenveen had de PvdA in 2022 zeven zetels en GroenLinks drie; nu hebben ze samen nog maar vijf. In Leeuwarden verloor de partij zes van vijftien zetels. Ook Súdwest, Opsterland en Harlingen noteerden forse dalingen. Tegelijkertijd boekte de partij winst in grote steden als Rotterdam, Nijmegen, Leiden, Haarlem, Groningen (stad) en Amsterdam — een patroon dat aangeeft dat de fusiebeweging meer groen en stedelijk georiënteerd is dan sociaaldemocratisch en landelijk.
De schade komt vooral van het PvdA-kiezersbestand: traditionele arbeiders- en plattelandsstemmen zijn weggevloeid, soms naar lokale partijen of naar rechts (PVV). Waar GroenLinks en PvdA op het stembiljet nog apart stonden, werd zichtbaar dat de groenen vaak sterker scoren dan de roden (bijv. Amsterdam: GroenLinks 10, PvdA 7; Nijmegen: GL 11, PvdA 4).
Met het voorgenomen nationale samengaan in juni wordt de vraag dringender: voor wie staat GroenLinks–PvdA nog? De uitslag geeft aan dat veel voormalige sociaaldemocratische achterban zich niet meer vertegenwoordigd voelt — een pijnlijke constatering die de fusiepartij eerst moet erkennen wil herstel mogelijk zijn.