De ploegenachtervolging is in schaatsland Nederland ook voor Rintje Ritsma een ingewikkelde puzzel

dinsdag, 17 februari 2026 (20:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De Nederlandse teams hebben in Milaan geen onverdeeld succes geboekt: de vrouwen veroverden zilver, de mannen eindigden net buiten het podium op de vierde plaats. Bondscoach Rintje Ritsma moest tevreden zijn met die resultaten, maar het toernooi bracht opnieuw de structurele problemen van de teampursuit in Nederland aan het licht.

Bij de mannen ontstond vlak voor de wedstrijden veel onrust rond de samenstelling. Tim Prins verloor zijn plek nadat Ritsma Marcel Bosker meenam, maar Bosker stond op de finaledag zelf aan de kant: na de kwalificatie werd hij vervangen door Jorrit Bergsma. Bosker reageerde teleurgesteld en zei dat hij zich “frisse benen” voelde en dacht dat hij verschil had kunnen maken. Ondanks het gedrang maakte het trio dat uiteindelijk reed een sterke indruk, maar ze misten brons nipt; China was in de troostfinale 0,09 seconde sneller.

Ritsma benadrukte waarom hij aanvankelijk voor Bosker koos: in de teampursuit is een vierde man noodzakelijk om risico’s op uitval op te vangen en om als ploeg stabiel te kunnen trainen. Het wisselende plaatje na het OKT (Olympisch Kwalificatietoernooi) — rijders verdeeld over commerciële teams met eigen programma’s — maakte het lastiger om een gelijkwaardige, goed ingeslepen trein te vormen. Jorrit Bergsma omschreef het zelf als “een ingewikkelde puzzel”: andere landen trainen veelal als één groepsformatie, terwijl de Nederlandse samenstelling uit vier verschillende ploegen bestond.

Bij de vrouwen stond er wél een vast drietal dat het hele seizoen samen reed: Antoinette Rijpma-de Jong, Marijke Groenewoud en Joy Beune behaalden daarmee het zilver, verslagen door een sterk op elkaar ingespeelde Canadese formatie. Ritsma en de rijdsters waren trots op de prestatie, maar hadden ambities op goud. Ook de vrouwelijke ploeg erkende de knelpunten: door uiteenlopende trainingskampen is het lastig altijd compleet te zijn, maar met drie rijdsters presteerden ze solide.

De eindstand in Milaan bevestigt een patroon: buiten 2014 (goud met Kramer, Blokhuijsen en Verweij) lukt het Nederland zelden om van een verzameling sterke individuele schaatsers een top-teampursuitploeg te smeden. Zonder rigoureuze aanpassingen in samenwerking en trainingsstructuur — iets wat moeilijk lijkt in het huidige commerciële systeem — zal dat probleem blijven spelen. Ritsma sloot af met de nuchtere constatering dat zijn functie niet makkelijk is en dat iedereen er een mening over heeft.