De overgang is puur een kwestie van hormonen maar daarom niet minder verwarrend en lastig
In dit artikel:
Ongeveer 1,6–1,8 miljoen Nederlandse vrouwen zitten momenteel in de overgang — grofweg 10 procent van de bevolking — en ervaren uiteenlopende hormonale klachten zoals opvliegers, slaapverlies, stemmingswisselingen en gewrichtspijn. Hoewel kennis en aandacht voor deze levensfase de afgelopen jaren zijn toegenomen, blijft er terughoudendheid bestaan om er open over te praten, vooral op de werkvloer.
Recent CBS-onderzoek laat zien dat hormoongerelateerde klachten veel voorkomen: een op de drie vrouwen ondervindt ze regelmatig, bij een op de twee soms. Desondanks gaat bijna zeven op de tien vrouwen gewoon naar hun werk als ze last hebben; de helft ervaart echter beperkingen in arbeidsproductiviteit. Ter vergelijking: bij algemene gezondheidsklachten werkt minder dan de helft van mensen door. In het werkoverleg spreken vrouwen vooral met directe collega’s over deze klachten (43%), maar zelden met leidinggevenden (12%) of de bedrijfsarts (2%). Driekwart van de respondenten zegt dat het geen taboe is, maar toch meldt één op de vijf dat er wel eens flauwe grappen worden gemaakt; anderen vrezen oordeel, carrièreschade of vinden het riskant het onderwerp te aankaarten. Zeven op de tien die niet praten over hun klachten hebben daar bovendien geen behoefte aan.
De overgang is een langdurig proces dat voorafgaat aan de menopauze; die laatste is formeel bereikt wanneer een jaar is verstreken sinds de laatste menstruatie (gemiddeld rond 51 jaar, met grote variatie). Hormonale schommelingen beginnen vaak jaren daarvoor — eerst daalt progesteron, daarna ook oestrogeen — en kunnen leiden tot vele uiteenlopende klachten (auteurs noemen soms tientallen mogelijke verschijnselen). Voor sommige vrouwen zijn de klachten mild, voor anderen intens en langdurig: periodes van vijf tot tien jaar of langer komen voor.
Historisch en maatschappelijk gezien is er meer openheid dan vroeger: er bestaan nu gespecialiseerde menopauzeklinieken, consulenten, de Dutch Menopause Society en belangenverenigingen zoals stichting Vuurvrouw. Er verschijnen podcasts, theatervoorstellingen en recent meerdere boeken, vaak met een medische inslag. Dit weerspiegelt zowel een groeiende interesse als betere voorlichting over wat er hormonaal gebeurt en welke behandelingen er zijn. Zo is het gebruik van hormoonmedicatie bij vrouwen van 40–60 jaar sterk gestegen: in 2024 gebruikten circa 130.000 vrouwen dergelijke middelen, een toename van 40% ten opzichte van het jaar daarvoor. Die stijging hangt samen met aanpassingen in huisartsenrichtlijnen en afgenomen zorgen over een vermeend verhoogd borstkankerrisico.
Praktische en persoonlijke ervaringen laten zien waarom het onderwerp gevoelig blijft: veel vrouwen herkennen de signalen pas achteraf en voelen zich overvallen door lichaamsveranderingen die hun zelfbeeld en functioneren beïnvloeden. Sommigen ervaren uiteindelijk ook positieve effecten na de menopauze, zoals meer stabiliteit en nieuwe energie, deels toegeschreven aan veranderingen in hormoonprofielen.
Op de werkvloer zien veel vrouwen ruimte voor simpele aanpassingen: vier op de tien vinden dat werkgevers meer aandacht moeten hebben voor hormoongerelateerde klachten, bijvoorbeeld door betere temperatuurregeling, ventilatie of beschikbaarheid van draagbare ventilatoren tijdens vergaderingen. Zulke praktische maatregelen, plus meer begrip van leidinggevenden en informatievoorziening, kunnen helpen de drempel om over de overgang te spreken te verlagen en de dagelijkse hinder te verminderen.
Vandaag Inside Oranje: Wesley Sneijder: 'Dat is de grootste onzin die ik uit de mond van Valentijn Driessen heb gehoord!'