De oude Erna klaagt en kreunt erop los in Anna Enquists nieuwe roman
In dit artikel:
Anna Enquist, zelf tachtig, schreef een roman waarin ouderdom het centrale onderwerp is: Het einde van Erna Ankersmit volgt een even ouder wordende schrijfster die bezig is met een boek over een vergrijzende man. Erna leeft teruggetrokken, wandelt nog veel en koestert een bijtende mopperigheid: ze ergerde zich aan haar tanende roem, jonge collega’s, de zorg en zelfs aan haar eigen schrijverschap. Gracieus oud worden is niet haar ding.
Door een vergissing staat Erna op de lijst van een thuiszorgmedewerkster en vangt zo de bezoekjes op van Vronie, een moeder met opgroeiende kinderen. Wat begint als een toevallige ontmoeting tijdens een hagelbui ontwikkelt zich tot een vriendschap die Erna nieuw leven inblaast. Als Erna’s vaste wandelmaatje door de ziekte van haar man niet meer mee kan, ondernemen Erna en Vronie samen een wandelvakantie in Engeland. De reis verloopt aanvankelijk goed maar kent tegenslagen.
Enquist, die ook psycholoog en pianiste is, gebruikt vooral innerlijke monologen; de lezer krijgt toegang tot de koppige gedachtenwereld van beide vrouwen en ziet hoe ze zichzelf en hun omgeving het leven moeilijk maken. Vronie worstelt met haar echtgenoot Thomas, een slavist die zijn baan verliest en later bij een inlichtingendienst terechtkomt. Daardoor ontstaat een spionagelijn in het verhaal, maar die subplot overtuigt volgens de recensent niet: de geheimen en de rol van Erna daarin voelen onwaarschijnlijk en missen scherpte.
De roman is technisch bekwaam en observatiegericht, maar de aanhoudende onvrede van de personages begint na verloop van tijd vermoeiend te werken. Toch is er een omkering: door een droom en de interactie met Vronies tienerdochter verandert Erna geleidelijk, wordt milder en wat meer beminnelijk. Na tweehonderd pagina’s geklaag is die verzoening verrassend, maar voor de recensent ook even wennen.
Titel: Het einde van Erna Ankersmit — Anna Enquist. Uitgeverij De Arbeiderspers; prijs €24,99.