De oprukkende slachtofferadvocaat heeft zin, maar niet als morele luidspreker die de media bespeelt | opinie
In dit artikel:
Slachtoffers van met name gewelds- en zedenmisdrijven zijn in het Nederlandse strafproces niet langer passieve “stukken van overtuiging”, maar actieve procespartijen met eigen advocaten en concrete rechten. Die ontwikkeling begon voorzichtig in de jaren ’90 met de mogelijkheid om als benadeelde partij schadevorderingen in te voegen, werd in 2006 deels beperkt tot een ‘eenvoudige procedure’, en kreeg vanaf 2011 met de Wet versterking positie slachtoffer (VPS) en in 2017 via een Europese richtlijn duidelijke wettelijke steun. Dit jaar herinnert men zich ook het honderdjarig bestaan van het Wetboek van Strafvordering uit 1926 — al komt er een nieuw wetboek dat op 1 april 2029 de veranderde positie van slachtoffers juridisch volledig erkent.
Materieel levert de inzet van een slachtofferadvocaat tastbare voordelen op: deskundigheid bij schadevorderingen, toegang tot incassomogelijkheden via het CJIB en een staatsvoorschotregeling. Hierdoor kan schade sneller en effectiever worden geïnd dan via de gewone civiele route. Daardoor verschuift het beeld van de slachtofferadvocaat van luxe naar noodzaak.
Tegelijk rijzen zorgen over de wijze waarop sommige slachtofferadvocaten het podium gebruiken. Wanneer zij in de media of de rechtszaal vooral morele veroordelingen ventileren in plaats van juridische betoogvoering, ontstaat spanning met fundamentele proceswaarden zoals de onschuldspresumptie en het zoeken naar objectieve waarheidsvinding. Het gevaar van ‘trial by media’ wordt reëel wanneer de advocaat optreedt als medeaanklager en emoties zwaarder gaan wegen dan wettelijke gronden — iets wat recent publiek debat veroorzaakte rond zaken als die van Ali B. en Marco Borsato.
Een juiste rol voor de slachtofferadvocaat is praktisch en terughoudend: begeleiden, dossierkennis inbrengen, schadevorderingen goed onderbouwen en tussen civiel en strafrecht tactisch kiezen. Ongewenst is het opofferen van de procesrechten van de cliënt aan médiapositie of morele retoriek, omdat dat de balans van Vrouwe Justitia kan verstoren en het strafproces kan verworden tot amusement. Frits Nies (jurist en publicist) waarschuwt dat aandacht voor slachtoffers waardevol is, zolang die niet ten koste gaat van rechtsstatelijke waarborgen.