De Oesterfabriek op Terschelling stopt met het schenken van alcohol. Hoe zit dat?
In dit artikel:
Werner Zuurman verbouwde het voormalige loodskantoor aan de Willem Barentszkade op Terschelling tot de Oesterfabriek: een oesterbar met winkeltje, toeristisch appartement en geplande raapexcursies. Vier jaar geleden koos hij er bewust voor niet meteen een horecavergunning aan te vragen omdat dat volgens hem en adviesgevers te veel gevraagd zou zijn. Inmiddels mag hij pas vanaf 2028 mogelijk wijn schenken, omdat de gemeente eerst een nieuw horecabeleid wil vaststellen dat later dit jaar in de raad wordt besproken.
Zuurman benadrukt dat zijn aanpak draait om korte ketens: vanochtend raapte hij naar eigen zeggen zo’n zeshonderd oesters die in netten in de Waddenzee hangen als natuurlijke koelkast. Hij bezit een raapvergunning en zegt dat zonder die vergunning de oesters misschien door Zeeuwse bedrijven zouden zijn geoogst. Ter ondersteuning van zijn wens om wijn te mogen serveren verzamelt hij online steun; de teller staat boven de 350 berichten.
De gemeente wijst erop dat het pand een bedrijfsbestemming heeft en buiten de twee straten ligt waar horeca op West-Terschelling is toegestaan (Boomstraat en Torenstraat). Het huidige beleid biedt daarom geen ruimte voor een alcohol- of horecavergunning; omdat horeca ook raakt aan leefbaarheid, openbare ruimte, toerisme en natuur wil de gemeente nieuwe ontwikkelingen zoals de Oesterfabriek zorgvuldig meenemen in de update van het beleid. Zuurman kon zijn tijdelijk schenkgemak niet voortzetten na handhaving: hij stopte met het schenken toen hem een dwangsom van 5000 euro werd opgelegd.
Daarnaast is zijn verzoek voor een klein terras — slechts drie tafeltjes — afgewezen omdat dat het zicht op het karakteristieke pand zou belemmeren, iets waar buren volgens Zuurman geen moeite mee hebben. De zaak illustreert de spanning op Terschelling tussen ondernemerschap en gemeentelijke regels rondom toerisme en ruimtelijke ordening.