De nazorg van het Friese verzet duurt voort tot op de dag van vandaag

zaterdag, 18 april 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

In Fryslân organiseerden twee lokale stichtingen na de Tweede Wereldoorlog langdurige nazorg voor gezinnen van omgekomen of beschadigde verzetsmensen: Stichting Friesland 1940-1945 (Leeuwarden) en Stichting Sneek 1940-1945. Hun hulp bestond niet alleen uit financiële bijstand bovenop de wettelijke uitkeringen, maar ook uit huisbezoeken, persoonlijke aandacht en zelfs vakanties — bijvoorbeeld naar het vakantiehuis De Terrorist op Ameland. Verhalen van families zoals Textor en die van burgemeester Sybrand van Haersma Buma (wiens opa in 1942 in kamp Neuengamme stierf) zijn nu te zien in de expositie As ien fan ús falt in Tresoar (geopend vanaf 16 april, gratis, tot september 2026).

Al in december 1944 maakten Friese rayonhoofden in het geheim afspraken over de opvang van achtergebleven gezinnen; verzetsmensen spraken af voor de naasten te zorgen als iemand niet zou terugkeren. In Fryslân verloren 292 verzetsmensen het leven tijdens de oorlog — onder wie drie vrouwen — en ongeveer 240 van hen kwamen om in de laatste acht maanden van de strijd, aldus Otto Kuipers, archivaris en WO-II-expert bij Tresoar.

Direct na de bevrijding, drie dagen later, werd de Vereniging Friesland 1940-1945 opgericht met als doel zowel nazorg te organiseren als het Friese verzet te documenteren. Uit die vereniging ontstonden de twee stichtingen die de daadwerkelijke hulpverlening verzorgden. De aanwezigheid van twee afzonderlijke Friese stichtingen kwam deels voort uit rivaliteit tussen verzetsorganisaties in Sneek en Leeuwarden; later werkten ze meer samen. Er was ook wrijving met de landelijke stichting, die wilde dat opbrengsten centraal werden beheerd; Friezen behielden liever lokaal ingezamelde gelden, waardoor ze gezinnen extra steun konden geven.

De archieven van de stichtingen tonen omvangrijke nazorg: circa 1.100 dossiers bij ‘Friesland’ en 300 bij ‘Sneek’, met wat overlap — ruwweg 1.200 gezinnen die in de afgelopen tachtig jaar hulp hebben ontvangen. Nog steeds krijgt een klein aantal nabestaanden steun.

Een sleutelfiguur in de nazorg was Nel Bolleman, die van 1945 tot 1977 als administrateur en later directeur van Stichting Friesland werkte; zij hield het persoonlijke contact met families en verzorgde talloze bedankbrieven en correspondentie. De tentoonstelling toont onder meer persoonlijke objecten (zoals het speldje van burgemeester Buma) en een wand met dankbrieven, die samen illustreren hoe de Friese stichtingen na de oorlog concrete verlichting en blijvende aandacht boden aan de getroffen gezinnen.