De muze en de vloek van een groot schrijver

woensdag, 23 april 2025 (10:29) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

In de zomer van 1935 vertrok Elizabeth Popping, geboren in 1911 in Oosterwolde, naar Heidelberg in Duitsland om zich te laten instrueren in de nazi-ideologie. Ze was de dochter van Hendrik Jan Popping, een boekhandelaar, amateur-archeoloog en NSB-kandidaat, die bekendstaat als ontdekker van de eerste laatpaleolitische bewoning in Noord-Nederland. Het gezin leefde sterk gericht op archeologie en het verleden. Elizabeth bleek een intelligente vrouw die diverse diploma’s behaalde, waaronder voor handelscorrespondentie en esperanto, en later ook vakdiploma’s in stenografie en boekhandel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten Elizabeth en haar ouders diep betrokken bij de collaboratie met de Duitsers. Zij werkte onder meer voor de Landwacht, verrichtte administratieve taken en verleende hulp aan de Sicherheitsdienst, wat haar na de oorlog een gevangenisstraf van vier jaar opleverde. Haar vader werd veroordeeld voor compliciteit bij de moord op verzetsmensen, terwijl haar moeder werd bestraft wegens verraad. Na hun straf verhuisden moeder en dochter naar Drunen, waar Elizabeth als secretaresse ging werken.

In 1956 veroorzaakte Elizabeth opnieuw opschudding toen zij de vertaling aanleverde van een fascistische roman van haar vader, oorspronkelijk in 1942 uitgegeven door een SS-uitgeverij. Haar betrokkenheid bij het erfgoed van haar vader bleef nog lange tijd bestaan: eind jaren tachtig correspondeerde ze over zijn archeologische vondsten, en in 1990 verdedigde zij de reputatie van een amateur-archeoloog in een discussie over een belangrijke vuistbijlvondst uit de regio.

Naast haar politieke en archeologische connecties speelde Elizabeth ook een rol in de Friese literatuurgeschiedenis. Uit onderzoek bleek dat zij vermoedelijk model stond voor diverse vrouwelijke personages in het werk van de Friese schrijver Jan Wybenga. Hij verwerkte in zijn werk een complexe vrouwenfiguur die verwijst naar haar, gebruikmakend van verschillende namen die alle varianties van Elisabeth zijn. Wybenga, die zelf tijdens de oorlog in Duitsland werkte bij een vliegtuigfabriek en mogelijk gevangenentransporten meemaakte, verwerkte oorlogservaringen en mythologische beelden in zijn poëzie, waarin de oorlog en zijn relatie met een vrouw centraal stonden.

Elizabeth ‘Bertha’ Popping overleed in 1996 in Drunen, ongehuwd en met een beladen nalatenschap: zij was nauw verbonden met collaboratie, archeologie en literaire inspiratie, maar haar reputatie bleef controversieel. Haar verhaal illustreert hoe persoonlijke en historische conflicten verweven kunnen zijn met cultuur en herinnering. Dit artikel is het eerste deel van een tweeluik; het vervolg verschijnt binnenkort.