De kunst van het ongelukkig zijn (in eigentijdse Tsjechov) | recensie ★★★★☆
In dit artikel:
Toneelgroep Maastricht brengt voor de derde keer een Tsjechovklassieker: na De Meeuw (2022) en De Kersentuin (2023 nu Oom Wanja. De bewerking van Peer Wittenbols en regie van Michel Sluijsmans tonen een desolate, moderne vertelling van Tsjechovs tragedie, gezien op 7 maart in De Harmonie (Leeuwarden).
De voorstelling opent in een kale witte ruimte waar de personages lusteloos de tijd uitzitten. Emil Szarkowicz (Telegin, bijgenaamd Pudding) probeert de traagte te verdrijven met vioolspel, terwijl Jan-Paul Buijs’ dokter Astrov zijn wanhoop en afkeer van de mensheid verdrinkt in wodka. Jeroen Spitzenberger speelt Wanja als een verongelijkt groot kind: ooit vol eerbied voor de gepensioneerde professor (Jaap Spijkers), nu vervuld van minachting en jaloezie. Zijn ongekozen liefde voor de veel jongere Jelena (Wendell Jaspers) is prachtig zichtbaar en hopeloos tegelijk; haar aanwezigheid wordt versterkt door kostuum en spel, en door een reusachtige, neerzakkende sofa als symbool voor de verheven status van haar en de professor.
Frieda Barnhard’s Sonja biedt de weinige warmte: schaapachtig lachend, verliefd op Astrov maar toch dankbaar en vasthoudend aan het mooie tussen al het grijs. Regie, vormgeving en muziek zijn sterk uitgewerkt; de voorstelling van twee uur voelt zelden langdradig ondanks het overwegend sombere thema van zinloosheid en vastgeroeste levens. Hoogtepunten zijn de energie van Jaspers, de subtiele humor van Buijs en Spitzenbergers kwetsbare, soms schreeuwerige Wanja.
Speellijst: nog te zien op 25 maart (Drachten), 8 mei (Sneek) en 9 mei (Groningen). Publiek circa 500. Beoordeling: vier sterren.