De krachtsverhoudingen verschuiven in de Friese zwemwereld: gaat het succes van HZ&PC ten koste van Drachten?
In dit artikel:
Twee jaar na een artikel waarin DZ&PC (Drachten) als succesvol werd bestempeld en HZ&PC (Heerenveen) net een finale miste, zijn de rollen omgekeerd. Komend weekend reist HZ&PC naar de eredivisie‑finale in Eindhoven; DZ&PC daarentegen eindigde dit seizoen als achttiende en laatste en degradeert. De omslag illustreert hoe twee Friese clubs met verschillende keuzes uiteenlopende lotgevallen kregen.
Trainer Erik Nijholt wijt DZ&PC’s neergang aan een periode (ongeveer 2017–2020) waarin te weinig aandacht aan jeugdwerving werd besteed. Dat heeft geleid tot een tekort aan junioren (12–16) en jeugd (16–18), waardoor de club vaak niet genoeg zwemmers heeft om alle startplaatsen te vullen. In de eredivisie telt per onderdeel de twee beste resultaten en worden er punten gescoord in acht jongens- en acht meisjescategorieën; gebrek aan breedte levert daarom snel verlies van punten op en vervangende (lege) scores, iets wat DZ&PC dit jaar zwaar opbreekt. Nijholt zegt dat de vereniging inmiddels keihard investeert in de jongste groepen: het aantal onder‑12‑zwemmers groeide van circa 15 naar meer dan 60, waarmee de club hoopt over enkele jaren terug te klimmen naar de eredivisie.
HZ&PC volgde juist het tegenovergestelde pad. Sinds Richard Koehoorn hoofdtrainer is, is de club in opmars gegaan. Koehoorn benadrukt teamgevoel — hij noemt zijn ploeg „een zwemfamilie” — en legt de nadruk op het vieren van gedeelde successen om motivatie en plezier vast te houden. Ondanks dat HZ&PC met ongeveer 65 wedstrijdzwemmers veel kleiner is dan landelijke topclubs (bijvoorbeeld Blue Marlins met ruim 500), heeft de vereniging in elke leeftijdscategorie voldoende bezetting. Kopvrouwen als Marte Van der Kamp en Hedwig Bolt fungeren als inspirerende voorbeelden; door hun internationale prestaties trekken ze jongere zwemmers mee omhoog.
Beide trainers zien onderlinge concurrentie in Fryslân als positief: een sterk zwemlandschap werkt stimulerend, in plaats van dat succes bij de ene club de andere bedreigt. Voor duurzame continuïteit zet HZ&PC in op het binden van nieuwe sponsoren en het opleiden van assistent‑trainers binnen de club, zodat de opgebouwde methode en training op langere termijn niet volledig afhankelijk blijven van één coach. Nijholt bouwt via jeugdinvesteringen weer aan een fundament waarmee DZ&PC over een paar jaar weer competitief kan zijn.
Kort samengevat: HZ&PC boekt zichtbare resultaten door gerichte jeugdontwikkeling, teamcultuur en kennisdeling, terwijl DZ&PC momenteel de gevolgen draagt van eerdere achterstanden in jeugdwerving maar actief werkt aan herstel.