De kandidaat voor de gemeenteraad in Friesland is man en heet Jan
In dit artikel:
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart blijven mannen duidelijk in de meerderheid op de Friese kieslijsten. Uit een analyse van de Kiesraad blijkt dat van de 2.774 kandidaten in de achttien Friese gemeenten ruim twee derde mannelijk is; ruim een derde is vrouw. Er worden 408 zetels verdeeld.
Ook aan kop van de lijsten domineren mannen: van de 151 lijsttrekkers is driekwart een man. Enkele uitzonderingen: in Heerenveen voeren meer vrouwen de lijsten aan (6 vrouwen tegen 4 mannen) en op Vlieland is het gelijk (2-2). In Ooststellingwerf en Weststellingwerf staat geen enkele vrouw als lijsttrekker; respectievelijk 8 en 9 mannen voeren daar de lijsten aan.
Partijverschillen zijn zichtbaar: bij de gefuseerde lijsten GroenLinks–PvdA komen relatief veel vrouwelijke lijsttrekkers voor (7 tegenover 3 voor de afzonderlijke PvdA-lijsten); de FNP doet in 11 gemeenten mee en overal met een mannelijke lijsttrekker. Ook PVV (2 gemeenten), Forum voor Democratie (6) en SGP (2) laten alleen mannen aan kop van hun lijsten; op de SGP-lijsten staat bovendien geen enkele vrouw.
De huidige samenstelling van de gemeenteraadszetels weerspiegelt de scheefheid, al is die iets minder uitgesproken dan bij de kandidaten: in Leeuwarden en op Schiermonnikoog zitten meer mannen dan vrouwen, Heerenveen is nagenoeg gendergelijk. Sommige gemeenten vallen extra op: Terschelling telt in de raad van elf slechts één vrouwelijke raadszetel; in Smallingerland is nog geen kwart van de raadsleden vrouw.
Opvallende nevenfeitjes uit de kandidatenlijst: traditionele Friese mannennamen blijven dominant — Jan komt het vaakst voor (63 keer), gevolgd door Henk (36), Piet (27), Peter en Johan (24), Pieter (22) en Klaas (20). De meest voorkomende vrouwennaam is Anneke (15 meldingen), gevolgd door Anita, Marijke, Ingrid, Marjan, Tineke, Marieke en Petra.
De concurrentie om zetels verschilt sterk per gemeente. Dantumadiel kent de grootste drukte: 154 kandidaten voor 17 zetels, dus ongeveer negen kandidaten per zetel. In Leeuwarden zijn dat er circa 8,6 en in Súdwest-Fryslân 8 per zetel. Vlieland is het minst competitief met gemiddeld 3 kandidaten per zetel; de andere eilanden zitten ruwweg tussen de 5 en 8,5 kandidaten per zetel.
Kort samengevat: de Friese kandidaatlijsten voor 18 maart tonen een aanhoudende man-vrouwongelijkheid, met enkele plaatselijke en partijgebonden uitzonderingen maar zonder wezenlijke kentering ten opzichte van eerdere verkiezingen.